Arsène Wenger, le Professeur

‘Het doel van alles in het leven was om het zó goed te doen, dat het tot kunst zou worden verheven’

Arsène Wenger, le Professeur

Catenaccio speurt de internationale bladen af op zoek naar de beste voetbalverhalen. Vandaag presenteren wij het wonderlijke verhaal over de man die tegen de geest des tijds al twintig jaar de scepter zwaait bij Arsenal: Arsène Wenger. Dat hij de langstzittende trainer van Europa is, is een klein wonder. Omgeven door een zweem van intellect leek de Fransman altijd onomstreden, maar was hij het zelden. Dit is het verhaal over een kleine jongen die in het café van zijn ouders alles leerde over voetbal. Een kleine jongen die opgroeide tot een man die alles wat hij doet wil verheffen tot kunst, een ambitie die hem zowel bewonderaars als hoon bracht. Wie is toch die mysterieuze, bezeten, koppige en leergierige professor, en hoe is hij geworden tot wie hij is?

Wenger4small

Illustratie: Sammy Moody

 

LONG READ. Door Thore Haugstad. Vertaling: Maarten Kolle.

In 2005 werd de Franse biograaf Xavier Rivoir uitgenodigd in het huis van Arsène Wenger te Totteridge, Noord Londen. Het was de tijd dat de Invincibles nog aanbeden werden en Wenger, de ijverige, teruggetrokken en ietwat aparte coach van het Arsenal-team dat in het seizoen 2003-2004 ongeslagen kampioen was geworden, werd gezien als de exotische architect die de Engelse velden had verrijkt met voetbal van adembenemende souplesse en snelheid. De nonchalante elegantie van Arsenal – met haar razendsnelle omschakelingen en perfect getimede loopacties – gaf blijk van een systeem dat zo doordacht was dat alleen haar eigen schepper het nog kon begrijpen. Voor Wenger, die ooit zei dat het doel van alles in het leven was om het zó goed te doen, dat het tot kunst zou worden verheven, was dit het hoogtepunt van tientallen jaren van intensieve arbeid. Het zou het zomaar eens waard kunnen zijn geweest: de Invincibles waren een waar meesterwerk. Wenger werd door commentatoren, critici en liefhebbers geprezen zoals het publiek na een concert een staande ovatie kan geven. Wenger onderging dit alles rustig – thuis, waar hij het grootste deel van zijn vrije tijd doorbrengt. David Dein, die in 1996 als toenmalig voorzitter van Arsenal de drijvende kracht was achter de aanstelling van Wenger, grapte ooit dat de beste tweedehandsauto die je kan kopen die van Wenger is, omdat die toch altijd stilstaat. Dein: “Hij gaat toch nooit ergens heen. Echt nergens, hij rijdt op en neer naar het trainingscomplex en om de zoveel tijd een keer naar het stadion. Dat is alles.” Wanneer Wenger zich terugtrekt, gaat hij vastberaden op in zijn werk. Het is dan ook niet moeilijk een voorstelling te maken van zijn werkkamer waar hij tot de ochtendgloren analyses doorwerkt, geflankeerd door torens van boeken op een bureau bezaaid met lege koppen koffie en rondzwervende aantekeningen. Het gaat ten koste van zijn andere interesses. Hij houdt van kunst – een goede vriend heeft een galerie in Nice – maar hij gaat maar zelden de deur uit. Hij houdt van goede wijn, maar drinkt vrijwel niet. Na wedstrijden mijdt hij het traditionele glas wijn met de manager van de tegenstander – hij gaat liever gewoon naar huis. “Hij is een man die op zijn privé gesteld is,” zei Dein tegenover de BBC. “Zo teruggetrokken van zijn omgeving kan hij zijn hele leven aan het voetbal wijden.”

wenger smallle

 

In het huis van Wenger trof Rivoire een bescheiden decor. Wenger woont samen met zijn vrouw Annie Brosterhous, een voormalig basketbalster, die elke wedstrijd van Arsenal thuis kijkt. “Ze is geen fanatiekeling, maar ze houdt van het kijken naar sport,” vertelde Wenger aan the Independent, om even later toe te geven: “Maar ze heeft ook niet heel veel keus.” In het portret dat Rivoire in 2007 van Wenger maakte, beschreef hij zijn huis als een “cocon, afgescheiden van de buitenwereld, waar alles rustig en onverstoord is, een oase van rust”. Een vriend van Wenger die toevallig ook bij het bezoek van Rivoire aanwezig was zei: “Er is niets spannends aan de manier waarop ze hier wonen, Arsène laat de inrichting van het huis aan Annie over. Het liefst komt hij gewoon thuis en ploft hij neer op de bank. Hij heeft de tijd simpelweg niet. Hij moet wedstrijden kijken, transfers afwerken, en zelfs nog boeken lezen!”

Wenger staat bekend om zijn intellect, zo spreekt hij Frans, Engels, Duits, Spaans, Italiaans en ook een beetje Japans. Bovendien heeft hij ook nog een diploma in de economie aan de Universiteit van Strasbourg. Bij Wenger thuis merkte Rivoire op dat de boekenplanken vol stonden met boeken over politiek, geschiedenis en religie, geschreven in zowel het Engels als het Frans. Hiertussen stonden standaardwerken over bijvoorbeeld Julius Caesar of Paus Pius XII, maar ook het maatschappijkritische The English, van Jeremy Paxman. Hij kijkt regelmatig politieke talkshows en volgt vele maatschappelijke debatten op de voet; ook houdt Wenger er een duidelijke visie met betrekking tot geopolitiek op na. In 2009 voorspelde Wenger in een groot interview in the Daily Mail dat de wereld uiteindelijk een soort overkoepelende overheid zou krijgen die de financiële misstanden in de wereld moest aanpakken. “Mensen blijven maar accepteren dat vijftig mensen in de wereld veertig procent van het kapitaal in handen hebben,” zei Wenger. “Is dat menselijkerwijs houdbaar? Is het acceptabel dat twee miljard mensen maar twee dollar per dag te besteden hebben? Ik geloof gewoon niet dat dit nog heel veel langer geaccepteerd zal worden.”

Gedurende de lange carrière van Wenger heeft zijn brede kijk op de wereld een fraaie collectie eloquente quotes verzorgd. Ooit, toen Sepp Blatter verschillende topclubs bekritiseerde voor het jagen op jonge voetballers, diende Wenger hem van repliek: “Als u een kind zou hebben, dat uitzonderlijk goed is in het maken van muziek, wat zou uw eerste reactie dan zijn? Dat zou zijn om hem of haar naar een goede muziekschool te sturen, niet naar een middelmatige. Waarom zou dat met voetbal dan anders moeten zijn?” Toen Arsenal in 1998 uitgefloten werd door het eigen publiek na een 1-1 gelijkspel tegen Middlesbrough zei hij: “Als je elke dag kaviaar eet, is het nou eenmaal moeilijk om weer worstjes te gaan eten.” En toen er berichten verschenen dat Ashley Cole in een Londens hotel benaderd was door Chelsea voor een transfer merkte Wenger op: “Je kan het toch niet accepteren dat er elke nacht mensen aan je raam komen staan om met je vrouw te praten, zonder dat je vraagt wat er aan de hand is?” Een andere keer werd Wenger gevraagd of hij na een akkefietje al excuses had ontvangen van Sir Alex Ferguson die hij naar hem gestuurd zou hebben. “Nee,” antwoordde hij, “misschien heeft hij ze per paard gestuurd.”

Binnen de voetbalwereld wijkt Le Professeur door zijn gereserveerde en belezen karakter af van de standaard. Toen Lee Dixon, de toenmalige rechtsback van Arsenal, Wenger voor het eerst zag in 1996, vond hij hem meer op een aardrijkskundeleraar lijken dan op een voetbalmanager. Net zoals Dixon had ook Dein niet veel tijd nodig om de intellectueel in Wenger te herkennen. In 1989, tijdens de winterstop van de Ligue 1, zat Wenger op de tribunes van Highbury bij een wedstrijd van Arsenal. In de rust introduceerde Dein zichzelf; diezelfde avond nog dineerden de twee samen met hun vrouwen bij een vriend thuis. Die vriend was werkzaam in de showbusiness en stelde, toen de avond al gevorderd was, voor een spel te spelen waarbij fictieve personages moesten worden nagedaan. De logische keuze voor een dergelijk spel zou een karakter uit een recente kaskraker of een bekendere klassieker zijn, Wenger echter koos voor het naspelen van A Midsummer Night’s Dream, een 16e-eeuwse romantische komedie van William Shakespeare. Dein: “Ik dacht: ‘Deze vent is bijzonder. Hij is net even anders dan de rest.’”

Wenger werd geboren in Strasbourg, de hoofdstad van de Elzas. Zijn familie woonde in Duttlenheim, een klein dorp met ongeveer vijfentwintighonderd inwoners, op zo’n twintig kilometer ten zuidwesten van Strasbourg, dat aan de Duitse grens ligt. Het dorp had een zeer katholieke boerengemeenschap. Arsènes vader, Alphonse, had een winkeltje in tweedehands auto-onderdelen in Strasbourg en was samen met zijn vrouw Louise eigenaar van een klein eetcafé genaamd La Croix d’Or. Het eetcafé was niet ver van het ouderlijk huis, waar Arsène opgroeide samen met zijn oudere broer en zus.

De kleine Wenger bracht een groot deel van zijn tijd door in het ouderwetse eetcafé. “Ik ben opgegroeid in een café waar je geen drie barkrukken ver kon zien door de dikke rook die er hing,” vertelde hij daarover. Voetbal was belangrijk in het kleine Duttlenheim, veel spelers en managers maakten ook deel uit van de vaste klandizie. “Er is geen betere opvoeding in de psychologie mogelijk dan opgroeien in een café, omdat je als vijf of zesjarige allemaal verschillende mensen ontmoet en hoort hoe wreed ze tegen elkaar kunnen zijn,” zei Wenger in 2009. “Op een hele jonge leeftijd leer je al enkele praktische, psychologische lessen over hoe je in iemands gedachten kan kruipen… Ik heb geleerd hoe je selecties samenstelt en hoe je tactieken bedenkt door naar de mensen in het café te luisteren – wie staat er linksbuiten, wie moet er spelen, dat soort zaken.”

Wenger kwam uit voor de plaatselijke voetbalclub. Op twaalfjarige leeftijd was hij een wat trage middenvelder met heel veel ideeën in zijn hoofd. “Hij was altijd de technicus, de strateeg van het team,” vertelde voormalig teamgenoot Jean-Noël Huck aan The Guardian. “Toen al lukte het hem om zijn ideeën over te brengen op de anderen, op een heel kalme manier. Hij was niet de aanvoerder, al was hij dat juist wel op een bepaalde manier.” Aan het einde van de zestiger jaren maakte Wenger de overstap naar AS Mutzig, het naburige voetbalteam dat erom bekend stond het beste amateurvoetbal te spelen van de hele Elzas. Het was een stap omhoog, maar de stap werd wel pas laat gezet. “Ik begon met een bal te spelen toen ik negen was, maar dit was echt een grote stap voor mij – ik werd op mijn negentiende pas voor het eerst echt gecoacht,” vertelde Wenger aan FourFourTwo. “Het was allemaal heel onwerkelijk: omdat ik uit zo’n klein dorpje kwam, had ik altijd het gevoel dat voetballers van een volledig andere planeet kwamen, en nu stond ik er zelf tussen. Mijn ouders vonden het ook moeilijk om te accepteren dat hun zoon, die zo hard werkte op school, wel eens zijn kost in het voetbal zou kunnen gaan verdienen. In die tijd was voetbal nog geen werk voor mensen die het leven serieus namen. Ze wilden altijd dat ik advocaat of dokter zou worden. Ik heb ervoor moeten vechten om mijn ouders te overtuigen.”

Met Mutzig speelde Wenger in de derde divisie. “Hij was altijd al leergierig,” liet Max Hild, de coach, optekenen door Rivoire. “Hij wilde altijd al alles weten, van de tactiek tot aan de teamstrategie, en ook hoe hij beter kon worden.” Wenger werd in die periode meer dan een speler voor Hild. Ze genoten ervan te discussiëren over voetbal en om samen wedstrijden te analyseren. Ze gingen zelfs de grens over om wedstrijden in de Bundesliga te bekijken – het was in de tijd waar het Duitse voetbal zijn hoogtijdagen vierde: West Duitsland won in 1972 het EK en in 1974 het WK, terwijl Bayern München de Europa Cup I in 1974, 1975 en 1976 wist te veroveren. Deze uitstapjes waren geen snoepreisjes: zo nu en dan kwamen Wenger en Hild pas om vier uur ’s nachts thuis. “Als we op de snelweg stopten was dat voor een broodje en een kop koffie, nooit voor een biertje,” herinnert Hild zich. “Ik heb Arsène maar zelden zien drinken.”

De Germanisering van de Elzas heeft Wenger op verschillende manieren gevormd. Hild: “Het feit dat we zo dicht bij de Duitse grens woonden heeft ons een bepaald soort toewijding en discipline gegeven die, als je het zo bekijkt, ontzettend Germaans is. Je ziet het terug in Arsènes koortsachtige drang om hard te werken. Hij is goed in wat hij doet en heeft ontzettend veel talent, maar hij is ook heel gestructureerd. Wenger: “Ik ben altijd Frans geweest, maar wel met sterke Duitse invloeden. Zelfs op de manier waarop ik naar voetbal kijk.” Door Duitsland werd ook zijn gevoel voor internationalisme gevoed. “Ik ben vlak na de oorlog geboren, ik werd opgevoed om Duitsland te haten,” aldus Wenger in 2009. “Maar juist dat wekte mijn interesse, omdat elke keer als ik over de grens ging, ik zag dat de Duitsers gewoon mensen waren, die ook maar probeerden gelukkig te zijn. Dan realiseerde ik mij hoe ontzettend stom het was om hen te haten. Precies om die reden heb ik de behoefte gekregen om overal op de wereld te wonen.”

Illustratie: Daria Isaeva

Illustratie: Daria Isaeva

 

Vier jaar nadat Wenger bij Mutzig begon te spelen, stapte hij over naar Mulhouse in de tweede divisie. Mulhouse had zich dat jaar gewaagd aan betaald voetbal en Wenger ontving een bescheiden salaris. Omdat Mulhouse op maar een uurtje rijden van de universiteit van Strasbourg lag, kon hij zijn carrière combineren met zijn studie economie. Naast het studeren vertegenwoordigde Arsène het studentenvoetbalteam van de universiteit. Toen zij in 1976 naar Uruguay vlogen voor het Wereldkampioenschap Studentenvoetbal ging Wenger mee, ondanks dat hij wist dat hij door een blessure niet zou kunnen spelen. Hij droeg de spullen van het team, maakte grapjes en bemoeide zich met de tactiek. Zoals de aanvoerder van dat team, Jean-Luc Arribart, tegen Rivoire zei: “Tegen het einde van die reis had Arsène vrijwel volledig de rol van assistent coach en die van de lolbroek van het team op zich genomen.”

Bij Mulhouse had Wenger het moeilijk een basisplek te veroveren. Het tij keerde toen de coach ontslagen werd en vervangen door Paul Frantz. Frantz had RC Strasbourg gecoacht in de jaren 60 en woonde, net zoals Wenger, in de stad. Tijdens het forenzen werd er altijd over voetbal gepraat. “Die treinreizen dienden eigenlijk als een soort motivatie voor ons beiden,” vertelde Frantz aan Rivoire. “ Uiteindelijk heb ik die gesprekken ook gebruikt om Arsène te integreren in het team, waar hij mijn rechterhand in het veld werd. De ideeën die we besproken hadden in de trein nam hij mee het veld op en zette het team neer op de manier die we besproken hadden. Ik denk eerlijk gezegd niet dat ik hem dat ooit expliciet opgedragen heb om te doen. Hij nam dat gewoon uit eigen beweging op zich.”

Frantz redde Mulhouse van degradatie en vertrok vervolgens. Wenger, die genoeg had van het forenzen, vertrok eveneens en ging een werkgever zoeken die dichter bij de stad lag. Het toeval wilde dat AS Vauban, een ambitieuze derdeklasser uit Strasbourg, net Wengers voormalig coach Hild aangesteld had. Wenger sloot zich aan bij Vauban en het verging de club goed. Dit leidde ertoe dat eersteklasser SC Strasbourg zich meldde bij Hild om hem aan te trekken als manager van het tweede team. Het eerste team had zich namelijk gekwalificeerd voor de UEFA Cup en men was van plan Hild Europa rond te sturen om wedstrijden van tegenstanders in de UEFA Cup te bekijken. Als Hild op reis was, zou ook hij vervangen moeten worden. Hij schoof Wenger naar voren. In 1978, op 28-jarige leeftijd en met een carrière waar weinig schot meer in zat, besloot Wenger het aanbod te accepteren.

Die zomer, terwijl zijn vrienden naar Turkije en Griekenland vlogen om vakantie te vieren, bracht Wenger door in Cambridge. Hij kon het zich niet voorstellen dat hij zijn hele leven werkzaam zou zijn in Frankrijk en besloot zijn Engels te verbeteren. Hij ging van deur tot deur op zoek naar een bed and breakfast en toevallig gaf het meisje dat hem een kamer aanbood ook Engelse les. Wenger deed een drieweekse cursus en zat in de klas met kinderen van twaalf tot veertien. “Ik heb nog nooit zo hard gewerkt als toen,” zei hij. “Toen ik thuiskwam begon ik met het lezen van romans in het Engels en onderstreepte ik elk woord dat ik niet begreep. Zo heb ik het geleerd.” Het was niet het enige educatieve uitstapje dat Wenger ooit zou maken. Zo reisde hij ooit een maand naar Hongarije om te observeren hoe het communisme in zijn werk ging. Hij kwam thuis in de veronderstelling dat het geen kans van slagen had.

Bij Strasbourg had de rol van Wenger veel weg van een manusje-van-alles. Bij aanvang was hij speler-coach van het tweede team, maar zo nu en dan maakte hij als centrale verdediger ook minuten in het eerste team. Toen Strasbourg in 1979 de titel veroverde, waarin hij maar een bescheiden aandeel had, nam Wenger geen deel aan de festiviteiten: hij had het te druk met het jeugdteam. Enige tijd later, toen Hild de taak kreeg om het eerste team te coachen, kreeg ook Wenger meer verantwoordelijkheden. Aan FourFourTwo vertelde Wenger: “Ik heb wel eens duizend kilometer gereden op zoek naar een geschikte speler. Soms kwam ik daar dan twee uur voor aanvang aan, om vervolgens de hele wedstrijd achter het goal te staan in de regen en ’s avonds weer naar huis te rijden. Wat de meesten niet weten, is dat toen ik op mijn 31e manager was van het tweede team van SC Strasbourg, ik ook trainer, scout, fysio, aanvoerder, werkelijk alles was. Het was een fantastische leerschool.”

In 1983, nadat hij gestopt was als voetballer, werd Wenger assistent coach bij AS Cannes, aan de Franse zuidkust. Hij verbleef in een schaars ingericht appartement dat hij van een schilder had gehuurd, maar dat maakte hem niks uit. Hij stortte zich op het werk, las veel voetbalgerelateerde boeken en bekeek videobanden. Richard Conte, de voorzitter van de club, vertelde aan Rivoire: “Ik kon zomaar aanbellen bij hem op elk moment in de nacht en bij hem blijven tot de vroege ochtend. Ik zat dan op de stoel naast hem, maar zijn volledige focus lag op het scherm. Hij was geobsedeerd met wat daar gebeurde. Hij realiseerde pas dat ik er was wanneer ik zei: ‘Nou, goede nacht nog. Tot snel.’ Dat was meestal het moment waarop hij uit zijn trance ontwaakte en nog daadwerkelijk een gesprek trachtte aan te knopen.”

Wenger zou maar een jaar bij Cannes blijven. Toen Nancy in 1985 een nieuwe manager nodig had, overtuigde Jean-Claude Cloët, een speler van Cannes die voorheen bij Nancy had gespeeld, zijn voormalige voorzitter om Wenger aan te nemen. “Ik verzekerde hem dat Arsène het met zijn ogen dicht zou kunnen,” vertelde Cloët aan Rivoire. “Bij Cannes dacht ik na slechts vijf weken onder Wenger: ‘Wat doet deze vent in godsnaam hier? Hij verspilt zijn tijd, hij is veel te goed voor ons.’”

Bij Nancy kende Wenger geen makkelijk begin. Na de memorabele zeventiger jaren, onder aanvoering van de jonge Michel Platini, was Nancy nu een degradatiekandidaat die krap bij kas zat. Het eerste seizoen werd afgesloten als middenmoter. In het tweede kon degradatie maar net ontlopen worden, maar in het derde seizoen was het raak en degradeerde Wenger met Nancy. Wenger trok het verliezen slecht. Dat ging zelfs zo ver dat hij na een dramatische vertoning tegen Lens de spelersbus stopte om langs de weg over te geven van walging. In dat derde seizoen, toen Nancy de laatste wedstrijd voor de winterstop had verloren, had Wenger uit pure ellende de Kerst afgezegd door zich twee weken op te sluiten. Vrienden en familie mochten niet op bezoek komen. Hij is wat dat betreft in de jaren weinig veranderd: “Als je manager bent van Arsenal, en je verliest een wedstrijd, rij je naar huis en voel je je misselijk, kotsmisselijk,” zou hij in 2009 zeggen. “Want dan denk je aan al die gezinnen die thuis zitten, aan al die gezinnen wiens weekend naar de knoppen is vanwege de wedstrijd. Die druk, die verantwoordelijkheid voel je altijd. Al is het soms goed om die druk te negeren en een beetje egoïstisch te zijn, want als je er te veel aan denkt draai je door.”

Het degraderen met Nancy had de kapers op de kust echter niet afgeschrikt. AS Monaco nam Wenger in 1987 in dienst. Glenn Hoddle en Mark Hateley werden aangekocht, net zoals de Fransman Patrick Battiston, die op het WK van 1982 nog twee tanden verloor bij een botsing met de Duitse keeper Harald Schumacher. Wenger liet Conte een appartement voor hem regelen op een paar honderd meter van de zee. Het duurde niet lang of het appartement was volgestouwd met videobanden. “We kenden Wenger nog niet voordat hij ons had gehaald, maar de eerste indruk die ik van hem had was dat hij zeer intens was,” vertelde Hateley aan de Daily Mail. “Elke keer dat ik hem zag had hij een trainingspak aan,” zo zei een andere speler tegen Rivoire: “Hij leefde echt op het trainingscomplex, terwijl zijn appartement in Villefranche-sur-Mer heel karig was ingericht. In dat flatje stond een bed, een bank en zijn televisie, dat was alles. Het was er ook altijd een chaos, kleren lagen overal, hij probeerde het ook nooit op te ruimen.” Het driekamerappartement was bedoeld als een tijdelijke oplossing tot Wenger iets beters had gevonden; uiteindelijk heeft hij er zeven jaar gewoond.

Illustratie: Daria Isaeva

Illustratie: Daria Isaeva

 

Op het trainingsveld bracht Wenger zijn analyses in praktijk. Hij bereidde zijn spelers voor op wedstrijden door ze urenlang toe te spreken over verschillende tactieken en hij maakte gebruik van statistische hulpmiddelen die in die tijd nog ongebruikelijk waren. “Hij was lang en indrukwekkend, dat hielp, maar hij kon de ruimte stil krijgen zonder ook maar zijn stem te verheffen,” herinnert Claude Puel, die zijn hele carrière voor Monaco uitkwam, zich tegenover The Guardian. “Die uitstraling had hij altijd al, die natuurlijke autoriteit… Hij is de eerste manager waar ik onder gespeeld heb die heel specifieke tactische trainingen deed en als voorbereiding keer op keer videobeelden van de tegenstander bestudeerde. Hij werkte dag en nacht, hij was constant bezig met het voorbereiden van de volgende trainingssessie of het analyseren van de vorige.” Niets werd aan het toeval overgelaten. Hij stelde fysiotherapeuten, sprintcoaches, gewichtsexperts en diëtisten aan, aan alles werd gedacht. Hij zorgde dat het drinkwater op kamertemperatuur was om de spijsvertering te stimuleren en rood vlees werd vervangen door kip. Niemand stond boven de wet, ook hijzelf niet. Toen een chef op een avond Wenger een calorierijke maaltijd wilde voorschotelen weigerde hij het en stond hij erop om hetzelfde te eten als de spelers. “We hadden masseurs,” aldus Hoddle tegen de Daily Mail, “terwijl ik bij Tottenham nog nooit een massage had gehad. Daar hadden de andere spelers je ook uitgemaakt voor softie. Maar na enkele maanden hier merkten we dat allemaal dat we soepeler werden en, vanwege het betere dieet, was ik binnen de kortste keren fitter dan ik ooit was geweest.”

De veranderingen betaalden zich direct uit: Monaco won de Ligue 1 in Wengers eerste seizoen. In 1991 zou ook de Coupe de France veroverd worden, maar verdere grote prijzen bleven uit. De grootste plaaggeest van Monaco was Marseille. Marseille had meer fans, meer geld en trok ook enkele spelers afkomstig van Monaco zelf aan, zoals Manuel Amoros, Rui Barros en Franck Sauzée. De voorzitter, Bernard Tapie, was een dominant en zeer uitgesproken figuur binnen het Franse voetbal en haalde meer dan eens de woede van Wenger op zijn hals. Eenmaal raakte het tweetal zelfs bijna op de vuist. Tussen 1989 en 1992 won Marseille viermaal de Ligue 1, terwijl Monaco in diezelfde periode genoegen moest nemen met tweemaal de tweede en twee keer de derde plek. In 1989 werd ook nog eens de bekerfinale verloren tegen Marseille en later, in 1992, werd de finale van de Europacup II verloren tegen Werder Bremen. Het was in de periode dat Wenger zijn emoties nog niet zo sterk onder controle had. Destijds rookte hij ook in de dug-out om zijn zenuwen in bedwang te kunnen houden. “Je zag de aders op zijn hoofd kloppen,” herinnert Hateley zich. “Hij kon echt ontploffen in de kleedkamer als hij niet kreeg wat hij wilde.” In 1993 bleek Marseille-speler Jean-Jacques Eydelie drie spelers van Valenciennes verzocht te hebben niet voluit te gaan die wedstrijd. Marseille deed dit met als doel het zo vroeg mogelijk veilig stellen van de landstitel, om zich zo te kunnen focussen op de finale van de Champions League tegen AC Milan, zes dagen later. Het werd een schandaal. Tapie kreeg een gevangenisstraf, de titel werd Marseille ontnomen en de club werd gedurende twee jaar teruggezet naar de Ligue 2, daarbovenop mochten ze één seizoen lang niet uitkomen in de Champions League. Wel behielden ze de eindzege in de Champions League, die behaald werd tegen Milan. “Nu terugkijkend kan je niet anders dan denken dat we tenminste twee keer de titel hadden kunnen veroveren ten koste van Marseille,” vertelde Puel aan de Guardian. “Hij dacht er zelf ook zo over. Het heeft Arsène getekend. Het heeft ons allemaal getekend.”

Eerder had Wenger al een sterk vermoeden dat spelers uit zijn eigen team ook werden omgekocht door Marseille. In de lente van 1992 hadden hij en zijn assistent Jean Petit een speler zo ver dat hij het opbiechtte. Wenger dacht dat hij het bewijs in handen had en Petit was bereid om te getuigen in de rechtbank, maar ze hadden het gesprek met de speler niet opgenomen. “Ik wilde de anderen waarschuwen, het naar buiten brengen, maar ik kon niks hard maken,” zei Wenger in 2006. “In die tijd waren corruptie en doping op hun hoogtepunt, en er was niks ergers dan het idee dat de kaarten vanaf dag één al in ons nadeel werden gedeeld.”

Monaco zou door de diskwalificatie van Marseille tweede worden in het seizoen 1993, achter Paris Saint-Germain. Het jaar daarop sukkelde het team naar een negende plek. Die zomer informeerde FC Bayern München naar de diensten van Wenger, maar Monaco stak daar een stokje voor. Het seizoen erna werd Wenger na een tegenvallende seizoenstart echter al vroeg ontslagen. “Hij baalde enorm van de manier waarop het is geëindigd, en terecht. Vooral omdat hij heel graag naar Bayern wilde gaan,” vertelde Puel aan de Guardian. “Het was een buitenkans voor iemand die Duits spreekt en opgegroeid is met een enorme voorliefde voor de Bundesliga. Het zou perfect zijn geweest.” Het vertrek kreeg een bittere nasmaak. Tegen het einde van de periode bij Monaco zei Wenger, terwijl hij duidelijk verwees naar Marseille: “Er heerst hier een cultuur waar alleen winnen telt. Iedereen die van sport houdt, weet dat als twee boxers de ring binnenkomen er maar één winnaar kan zijn. Maar, voor dat alles, om een goed gevecht te hebben, heb je twee helden nodig. Helaas wordt er vandaag de dag te veel aandacht besteed aan de winnaar. Ik vind dat zonde. Valsspelers komen overal mee weg, zolang ze maar winnen.”

Enkele maanden na zijn ontslag vloog Wenger naar de Verenigde Arabische Emiraten om op een congres van de FIFA een lezing over tactiek te geven aan coaches van opkomende voetballanden. Onder de aanwezigen was ook een delegatie uit Japan. De Japanse J. League, waar de clubs allemaal door grote bedrijven werden gefinancierd, bestond op dat moment nog maar kort. Wenger werd benaderd door vertegenwoordigers van Toyota, de eigenaar van Nagoya Grampus Eight. Grampus was het seizoen daarvoor laatste geworden van de 12 teams in de J. League, maar was niet gedegradeerd vanwege het ontbreken van een tweede divisie. Wenger had zijn twijfels, maar stemde uiteindelijk in met het voorstel van de Japanners. “Arsène heeft me gevraagd om met hem mee te gaan,” zei Petit tegen Rivoire. “Hij zei: ‘Luister, ga met me mee als je wil. Maar ik moet je waarschuwen, ik ga er heen, maar ik heb geen idee of ik het leuk ga vinden. Wie weet ben ik daar over een half jaar alweer weg.”

Illustratie: Daria Isaeva

Illustratie: Daria Isaeva

 

Nagoya, gelegen aan de Stille Oceaan, is een van Japans grootste haven- en industriesteden. Gary Lineker had sinds 1992 voor Grampus gespeeld en was nog maar net vertrokken bij de club. Door de dramatische resultaten van het laatste seizoen waren de verwachtingen van Toyota in de club iets bijgesteld, het doel werd aangepast naar het simpelweg minder wedstrijden verliezen. De eerste aankoop die Wenger zou doen voor Grampus zag hij voor het eerst toen hij ’s avonds een Braziliaanse competitiewedstrijd bekeek op zijn hotelkamer. Hij zag een speler die hem wel beviel, zocht hem op en het bleek Carlos Alexandre Torres te zijn, de zoon van Carlos Alberto, de rechtsback die aanvoerder was van het Braziliaanse elftal dat in 1970 het WK won.

Beetje bij beetje, met hulp van een vertaler, lukte het Wenger om zijn systeem te implementeren. Voor aanvang van elke wedstrijd werden alle spelers gewogen; spelers die te dik waren, riskeerden hun plekje in de wedstrijdselectie. De mentaliteit was een wereld van verschil met die in Frankrijk. “Voor elke manager is het een droom om met een Japanse voetballer te werken,” vertelde Wenger in 2013. “Als je hem vertelt om tien rondjes te rennen, is hij bij wijze van spreken al onderweg voordat je uitgepraat bent. In Europa moet je een speler er eerst van overtuigen dat hij toch echt tien rondjes moet gaan rennen.” De spelers van Grampus waren gewend aan trainingssessies van vier uur, maar Wenger bracht de trainingstijd terug naar 90 minuten. “De spelers ontdekten toen pas echt wat het betekent om professional te zijn,” herinnert Wenger zich. “Voor het eerst in mijn carrière moest ik de bal verstoppen om de spelers te laten stoppen met trainen.”

De J. League had een onconventionele opzet. Zo bestond het gelijkspel niet. Bij een gelijke stand na negentig minuten trad de golden goal regel in werking en daarna werden er eventueel strafschoppen genomen. Bij winst kreeg je drie punten en na verlies op penalty’s kreeg je één punt. De competitie was tweeledig, in zowel het eerste als het tweede half jaar speelden alle 14 teams twee keer tegen elkaar. De winnaars van de twee verschillende seizoenshelften moesten vervolgens in een finale over twee wedstrijden uitmaken wie de uiteindelijke kampioen zou worden. Het leek er aanvankelijk niet op dat Grampus zijn opwachting zou gaan maken in de finale: van de eerste acht wedstrijden werden er zeven verloren. Toen Wenger na die wedstrijden door de voorzitter naar zijn kantoor werd geroepen, wist hij wat er ging gebeuren.

‘Ik heb een moeilijke beslissing genomen,’ begon de voorzitter.

‘Dat begrijp ik,’ reageerde Wenger teneergeslagen.

‘Ik heb besloten de vertaler te ontslaan.’

Het is Wenger zelfs nog gelukt om de baan van de vertaler te redden, maar hij vertelt het verhaal graag om het belang van goede communicatie te benadrukken. Het Japans bleek zelfs voor iemand als Wenger heel lastig. “Het kanji kent tweeduizend tekens. Japanse kinderen hebben elke dag schrijfles totdat ze veertien zijn”, legt hij uit. “En zelfs dan kunnen ze de krant nog niet lezen – zoveel tijd kost het om te leren. Ik las daar alleen de Japan Times, omdat die in het Engels geschreven werd.” De problemen brachten echter ook een paar voordelen met zich mee. Vorig jaar vertelde Wenger nog een anekdote waarmee hij uitlegde dat het soms ook goed is kritiek op sociale media te negeren. “Ik heb veel geleerd in Japan, omdat ik in Japan in het begin helemaal niks begreep of niks kon lezen,” vertelde hij de verslaggevers. “Zo heette ik een journalist goedgemutst welkom die mij de dag ervoor in een Japanse krant nog als volkomen nutteloos had bestempeld.”

Het was niet de enige les die hij in Azië heeft geleerd. Wenger leerde er te waarderen hoe het beheersen van talen het begrip van andere culturen bevordert. “De manier waarop zinnen in elkaar zitten heeft een zeer grote invloed op hoe mensen zich gedragen. Als je de taal kent kan je de manier waarop mensen nadenken en waarom ze zich op een bepaalde manier gedragen doorgronden,” vertelde hij zijn pupillen. “Elke keer als ik in een vreemd land ben, en ik begon de taal te leren, heb ik ook altijd het gevoel gehad dat ik de mensen beter begreep.”

Hierbij gaf hij een voorbeeld uit het Japans. In het Engels zegt men: ‘I drink water’, maar in het Japans is het: ‘I water drink’. Het werkwoord komt altijd op het einde. “Hierdoor stoppen mensen nooit met luisteren,” volgens Wenger. “Ze luisteren altijd naar je tot het einde van de zin.”

“Als jij iets tegen mij zegt, en ik zeg: ‘Ik ben het niet met je eens, want…’, luister je al niet meer, omdat je alleen nog maar denkt aan het ‘Ik ben het niet met je eens’, je bent dus al bezig met het formuleren van een antwoord. In Japan moet je tot het einde van de zin blijven luisteren, dan pas weet je wat iemand duidelijk wil maken.”

De resultaten van Grampus verbeterden. In de volgende elf wedstrijden werd tienmaal gewonnen en het team werd vierde in de eerste seizoenshelft. Het tweede gedeelte van de competitie verging Grampus nog beter en het team behaalde de tweede plek. Wenger mocht dus aanblijven en het seizoen daarop werd de nationale beker, de Emperor’s Cup, gewonnen. De 18 maanden van Wenger in Japan werden gekenmerkt door aanvallend voetbal. “In de grote lijnen veranderden we onze tactiek niet afhankelijk van de tegenstander,” aldus een speler van Grampus. “Hij verzekerde ons altijd dat als we maar uitgingen van onze eigen krachten, we iedereen konden verslaan.” Het resultaat bleef niet onopgemerkt en in de zomer van 1996 bereikte Wenger een akkoord met Arsenal.

Bij Arsenal zou Wenger vaak te horen krijgen dat zijn voetbal pragmatischer moest zijn. “Het klopt dat mijn spel soms pragmatischer moet zijn, maar als ik jou nu zou vragen wat het beste team in de wereld is, zou je Brazilië zeggen,” redeneerde hij in 2009. “En spelen zij goed voetbal? Ja. En welke club heeft afgelopen jaar elke prijs gewonnen? Barcelona, met goed voetbal. Ik ben geen tegenstander van pragmatisch voetbal, maar juist een voorstander. Goed voetbal is pragmatisch voetbal: het is pragmatisch om een goede pass te geven in plaats van een slechte. Als ik de bal heb, wat doe ik daar dan mee? Zou iemand hier willen verdedigen dat een slechte oplossing zoals het blind wegschieten van de bal pragmatisch is, omdat het soms, per ongeluk, werkt?”

Daaraan voegde hij toe: “Ik geloof dat het doel van alles in het leven is om het zó goed te doen, dat het tot kunst wordt verheven. Sommige boeken zijn werkelijk fantastisch, daarmee raakt de schrijver iets in jou, op een manier dat je dat nooit verwacht had. Zo laat de schrijver je iets moois en interessants ontdekken in je eigen leven. Wat het dagelijks leven interessant maakt, is dat we het proberen te vormen tot iets wat op kunst lijkt. Bij voetbal werkt dat precies zo. Als ik naar Barcelona kijk is het net kunst.”

Wengers rankingsmall

In 2009 gaf Wenger toe dat het zijn eigenlijke bedoeling was om op zijn vijftigste met pensioen te gaan, maar dat idee is lang vervlogen: “Ik heb nooit dagen waarop ik het gevoel heb dat ik zou kunnen leven zonder voetbal.” Op zijn 66e leidt hij daarom nog altijd een leven dat gekenmerkt kan worden door een stoïcijnse eenzaamheid en zelfopoffering. “Ik wil altijd alles op alles zetten om de beste te kunnen zijn,” zou hij in een interview in de Daily Mail stellen in datzelfde jaar. “Als manager moet je leven alsof je zelf een speler bent.” Op de opmerking dat hij dan wel al ontzettend lang als speler heeft moeten leven reageert hij: “Ja, dat klopt, maar voor elke passie is er een offer dat je moet maken. Dat zeg ik ook tegen mijn spelers. Als je honger hebt, is dat slechts je maag die jou vertelt dat het honger heeft, dat is slechts een deel van je lichaam. Als je honger hebt naar succes, dan is dat je hele persoonlijkheid die honger heeft, je hele leven wil dan dat succes. Het is dan niet alleen een deel van je lichaam dat wil winnen op zondag, het is iets in je persoonlijkheid dat je vertelt dat je dat succes moet behalen. En dat succes het ook waard is om je hele leven op in te richten. Die honger, dat is de essentie van het leven.”

“Ik doe enorm veel dingen die ik niet leuk vind om te doen. Graag zou ik gewoon ’s avonds de deur uit kunnen gaan en genieten van alles dat het leven te bieden heeft. Maar de avonden dat ik dat doe spookt er door mijn hoofd dat ik dan de volgende dag niet scherp zal zijn, dat ik iets ga vergeten of gewoon niet op mijn best ben.”

Of hij zichzelf ooit de vraag heeft gesteld of voetbal belangrijk genoeg is om je hele leven aan te wijden reageerde hij:

“Natuurlijk.”

“Voor mij is het meest belangrijke in het leven een doel voor ogen te hebben en daar dan ook voor te gaan. Al het andere bezorgt je alleen maar meer stress. Het ergste is omgeen doel te hebben in het leven. Dan word je ’s ochtends wakker, je vermaakt je een paar minuten en dan, even later, wat ga je dan doen?”

Een jaar later zou Wenger met een mooie analogie komen voor zijn idee van zelfopoffering. Door de Independent liet hij het als volgt optekenen: “Kennen jullie het verhaal van de veelbelovende pianist? Op een dag ging hij naar een concert waar hij een werkelijk fantastische pianist hoorde spelen. Hij besloot de pianist na het concert op te zoeken en zei tegen hem: ‘Ik zou mijn leven geven om zo te kunnen spelen als jij.’ De pianist reageerde: ‘Dat is precies wat ik heb gedaan.’”

Illustratie: Daria Isaeva

Illustratie: Daria Isaeva

 

Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in Twenty Minute Reads en is vertaald door Maarten Kolle. Catenaccio speurt internationale bladen af op zoek naar de beste voetbalverhalen om hier onze lezers mee te verblijden. Vond je dit stuk leuk? Dan kan je de auteur en vertaler bedanken door het via de blendle-button hieronder te kopen. Daarmee maak je het mogelijk dat we vaker stukken kunnen vertalen! 

 

 

About Thomas Boeschoten

Thomas is uitgever van Catenaccio. Volg Thomas op Twitter | Meer artikelen van Thomas