Analyse: Terugblik op eerste seizoenshelft titelkandidaten

Het Eredivisie-seizoen is alweer halverwege en dus is de tijd aangebroken om terug te blikken, maar ook alvast vooruit te kijken naar de tweede seizoenshelft. Dit doen we door middel van een sterkte/zwakte-analyse van de topclubs in de Eredivisie. Van koploper Vitesse tot outsider Feyenoord beschrijven we opvallende patronen uit de eerste seizoenshelft en geven we op basis daarvan een indicatie van de titelkansen.

Marko Vejinovic is één van de sterkhouders bij koploper Vitesse

Marko Vejinovic is één van de sterkhouders bij koploper Vitesse

Vitesse

Halverwege het seizoen is Vitesse de trotse koploper in de Eredivisie. Sinds Merab Jordania de macht overnam in Arnhem, is Vitesse aan een opmars begonnen. Onder leiding van trainer Peter Bosz lijkt nu de laatste stap gezet te zijn om een topclub te worden. Ondanks het vertrek van sterkhouders Marco van Ginkel (Chelsea) en Wilfried Bony (Swansea City) lijkt Vitesse er sterker op geworden. Vooral het middenveld in Arnhem is veel beter in balans.

Sterkte

Opvallend genoeg begon de opmars van Vitesse in de Eredivisie toen aanvoerder Theo Janssen geblesseerd raakte. De linksbenige middenvelder was al de enige speler die nog over was van het trio dat onder Fred Rutten het middenrif vormde. Rutten koos voor een middenveld met de punt naar voren, waarbij de nummer 10 (Bony of Mike Havenaar) in feite een tweede spits was. Rechtsmid Marco van Ginkel toonde ook erg veel diepgang, terwijl Theo Janssen als een spelmaker voor de defensie fungeerde. Deze speelstijl fungeerde uitstekend als Vitesse op de omschakeling kon spelen, maar wanneer een tegenstander zich terugplooide op eigen helft, kenden de Arnhemmers problemen. Zeker als de niet wendbare, creatieve vormgever Janssen kort werd gedekt.

Bosz sprak de wens uit met Vitesse te ageren in plaats van reageren, maar liep tegen dezelfde problemen aan die Rutten eerder ook had ondervonden. Hij zette aanvankelijk lichtgewicht Valeri Qazaisvili achter de spits en Davy Pröpper op de plek van de vertrokken Van Ginkel. In deze samenstelling was Vitesse in balbezit te voorspelbaar en bij balverlies kwetsbaar. Toen Bosz na de verloren wedstrijd tegen Feyenoord (2-1) tegen SC Heerenveen (3-2 winst) de dynamischere Marko Vejinovic de geblesseerde Janssen liet vervangen en Qazaisvili sneuvelde ten faveure van Christian Atsu, die meer defensieve arbeid aan kan, begon het te lopen. Vitesse is op dit moment de ploeg met gemiddeld de meeste schoten per wedstrijd (19.2) en bleef de laatste negen officiële wedstrijden tot de winterstop ongeslagen (W8, G1), terwijl in de eerste tien duels (W5, G3, V2) veelvuldig punten werden verspeeld.

Zwakte

Het grootste probleem van Vitesse is dat het voor een titelkandidaat teveel tegendoelpunten incasseert. Doelman Piet Velthuizen moest al 22 keer de bal uit zijn net vissen. Daar staat tegenover dat Vitesse samen met FC Twente de meeste treffers (veertig) gemaakt heeft. In de afgelopen tien jaar in de Eredivisie werd echter slechts eenmaal het team met de meeste doelpunten voor kampioen. Zeven keer werd het team met de minste tegentreffers kampioen. De overige drie keren werd het team met de op één na minste tegengoals kampioen. Er zijn momenteel drie clubs (Ajax, FC Twente en PEC Zwolle) die minder tegendoelpunten incasseerden dan Vitesse. Als de Arnhemmers dat niet verbeteren, kunnen ze de titel uit hun hoofd zetten.

Een tweede pijnpunt voor Vitesse is de breedte van de selectie. Coach Bosz onderstreepte dat zelf door in de laatste twee wedstrijden alleen Gaël Kakuta te laten invallen en verder geen wissels toe te passen. In het geval van blessures of schorsingen moet Vitesse terugvallen op middelmatige spelers als Marko Meerits, Frank van der Struijk en Dan Mori. Voor spits Havenaar, die momenteel een schorsing van vier wedstrijden boven het hoofd hangt, is sinds het vertrek van Jonathan Reis zelfs geen eens een back-up voor handen.

Titelkansen

25%: Vitesse maakte indruk in de eerste seizoenshelft met een dynamisch middenveld en een voorhoede, waarin Lucas PIazon de uitblinker was. Kampioen worden met een wankele defensie en een selectie die in de breedte tekort schiet, gaat lastig worden.

Ajax

De afgelopen drie seizoenen werd Ajax kampioen van Nederland na een inhaalrace in de tweede seizoenshelft. Ditmaal is de achterstand op koploper Vitesse (twee punten) te overzien en lijkt oefenmeester Frank de Boer zijn succesformatie al te hebben gevonden. Afgelopen week zakte Ajax desalniettemin door de ondergrens op bezoek bij SC Cambuur, wat de Amsterdammers zorgen baart.

Sterkte

Net als in de afgelopen seizoenen ligt de kracht van Ajax in het positiespel. De Boer hoopte dit seizoen op een hoger startniveau te beginnen, maar opnieuw kwam Ajax moeizaam uit de startblokken. De sleutel lag uiteindelijk, net als in andere jaren, in de samenstelling van het middenveld. De Boer speelt het liefst met een balafpakker met goede inspeelpass (verdedigende middenvelder), een loper (rechtsmid) en een creatieve passer (linksmid). Met Daley Blind, Davy Klaassen en Thulani Serero heeft hij nu daarvoor de ideale spelers gevonden. Bovendien heeft hij Siem de Jong, die waarschijnlijk in de spits terechtkomt, en Lerin Duarte nog achter de hand.

Sinds De Boer het roer overnam van Martin Jol heeft Ajax de beste defensie van Nederland. Alleen in 2011/12 had het team van De Boer aan het eind van de rit niet de minste tegentreffers. AZ incasseerde destijds één doelpunt minder. Ook dit seizoen heeft Ajax halverwege weer de minste tegengoals (zestien). Twaalf daarvan incasseerden de Amsterdammers in de eerste zeven duels van het seizoen.  Door het inpassen van Jasper Cillessen en Joël Veltman werden de grootste defensieve problemen opgelost. Ajax heeft bovendien al acht keer de nul weten te houden, een teken dat het met hun verdediging wel goed zit.

Zwakte

Hoewel Ajax dit seizoen al 39 keer scoorde, laat de voorhoede veel te wensen over. Kolbeinn Sigthórsson was van de aanvallers in de Eredivisie met zes doelpunten het vaakst trefzeker. Viktor Fischer volgt met drie goals. De rest van de voorhoedespelers kwam niet verder dan twee treffers. Die problemen hebben alles te maken met de speelstijl van De Boer. Nooit maakte een speler onder zijn leiding meer dan twaalf competitiegoals. Daar staat tegenover dat Ajax voor de doelpuntenproductie niet afhankelijk is van één speler.

Een ander nadeel voor Ajax is dat het nog in Europa actief is. De wedstrijden in de Europa League worden gespeeld op donderdag en vervolgens moet Ajax op zondag weer in de Eredivisie aantreden. Uit een onderzoek van inspanningsfysioloog Raymond Verheijen over 27000 wedstrijden bleek dat teams die slechts twee rustdagen hebben tussen twee duels veertig procent minder kans hebben om te winnen.

Titelkansen: 40%. Ajax heeft de minste tegentreffers gekregen in de Eredivisie en dat blijkt vaak een perfecte indicatie te zijn om de kampioen te voorspellen. Daar komt nog bij dat De Boer nu al zijn ideale formatie lijkt te hebben gevonden. Bovendien heeft Ajax veel ervaring met het binnenslepen van de titel. De Amsterdammers hebben echter problemen met scoren en hebben Europese verplichtingen, wat de prestaties in de Eredivisie negatief kan beïnvloeden.

FC Twente

Van de vier ploegen die nog meedoen om de landstitel heeft FC Twente waarschijnlijk de minste aandacht gekregen. Na een doelpuntloos gelijkspel in de openingswedstrijd tegen RKC Waalwijk maakten de Tukkers veel indruk in de wedstrijden tegen Feyenoord (4-1) en FC Utrecht (6-0). Sindsdien sprokkelde Twente zijn punten bij elkaar, wat halverwege resulteerde in een derde plaats, met slechts drie punten achterstand op koploper Vitesse.

Sterkte

De selectie van Twente is dit seizoen breed opgezet. Dusan Tadic is de grote uitblinker, maar behalve hij zijn de meeste spelers inwisselbaar. Vooral voorin heeft trainer Michel Jansen veel keuze. Dat bleek vorige week toen Youness Mokhtar moeiteloos de plaats van de geblesseerde Quincy Promes overnam. Ook de Mexicaan Jésus Corona, Dico Koppers en Cuco Martina zijn volwaardige basisspelers. Na de winterstop kunnen ook aankoop Lukas Djordjevic, Wout Brama en Sonny Stevens hun stempel gaan drukken.

Daarnaast krijgt Twente dit seizoen weinig tegentreffers, slechts één minder dan Ajax. Rasmus Bengtsson en Andreas Bjelland bleven beiden fit en bleken een succesvol koppel in het centrum van de defensie te vormen, dat Douglas snel deed vergeten. Vorig seizoen kreeg Twente ook weinig tegendoelpunten (33), maar stond daar te weinig scorend vermogen tegenover (60). Dit seizoen zitten de Tukkers halverwege al op veertig doelpunten, waarmee dat probleem op het eerst gezicht  verholpen lijkt. Hierbij moet wel worden aangetekend dat zes van Twentes doelpunten uit een penalty kwamen.

Zwakte

Twente heeft regelmatig moeite om het veldoverwicht om te zetten in klinkende munt. Zo speelde het dit seizoen in de Eredivisie al zes keer gelijk, terwijl het meestal de bovenliggende partij was. Vijf van de zes remises waren in de eigen Grolsch Veste. Typerend is misschien wel het duel met NEC, waartegen Twente bij een rust een comfortabele 2-0 voorsprong nam. Na de hervatting zakten de Tukkers vervolgens door de ondergrens en verspeelde het twee dure punten.

Vorig seizoen was er bij Twente halverwege de competitie ook niets aan de hand. Met 37 punten stond het gedeeld koploper, maar na de winterstop stortte het elftal compleet in elkaar. Onder Alfred Schreuder en Jansen heeft Twente dit seizoen een sterke basis qua positiespel, maar het is de vraag hoe het jonge elftal zich houdt onder kampioensdruk. Dat de Tukkers in de vier speelrondes die ze aanvingen als koplopers slechts eenmaal wonnen, is wat dat betreft geen goed teken.

Titelkansen: 25%: Twente heeft dit seizoen een elftal dat weinig grote pieken of dalen telt. Daarmee kunnen de Tukkers een eind gaan komen in de strijd om de titel, maar het valt te betwijfelen of het weinig ervaren elftal van Twente de kampioensrace tot het einde toe gaat volhouden.

Feyenoord:

Voor aanvang van het seizoen sprak trainer Ronald Koeman nadrukkelijk de wens uit om kampioen te worden. Hij legde in de voorbereiding de lat hoger, maar dit bleek niet het gewenste effect te hebben. De eerste drie wedstrijden van het seizoen werden verloren. Na deze dramatische start toonde Feyenoord veerkracht, waardoor de achterstand halverwege het seizoen op koploper Vitesse beperkt blijft tot zes punten

Sterkte

Graziano Pellè is als aanvalsleider alomtegenwoordig bij Feyenoord. De Italiaanse spits scoorde dit seizoen al dertien doelpunten, waarmee hij veertig procent van de totale productie van de Rotterdammers voor zijn rekening neemt. Daarnaast gaf Pellè ook nog twee assists. Hij schiet 4,5 keer per duel, wint per wedstrijd ruim vijf luchtduels, waarmee hij slechts Michael Higdon van NEC voor zich moet dulden in de Eredivisie. Zelfs nu iedereen de kracht van Pellè kent, blijkt hij een wapen te zijn dat lastig uitgeschakeld kan worden door Nederlandse defensies.

Hoewel Feyenoord dit seizoen al driemaal punten verspelde in de eigen Kuip, blijft het daar nog steeds een moeilijk te bespelen ploeg. Met de steun van een vol stadion komt de vaak opportunistische speelstijl van Feyenoord goed tot zijn recht.

Zwakte

De grootste kracht van Feyenoord is ook meteen de grootste zwakte. Het elftal van Koeman is namelijk wel erg afhankelijk van Pellè, die bij bijna de helft van de doelpunten direct betrokken is. Feyenoord probeert zo nu en dan wel tot positiespel over het middenveld te komen, maar als het onder druk komt, wordt direct de lange bal naar Pellè gezocht. Tegenstanders stellen zich daar steeds beter op in, blijkt wel uit de vijf nederlagen die Feyenoord dit seizoen al leed.

Feyenoord heeft bovendien erg veel moeite met het vasthouden van een voorsprong. Al vijf keer werd er dit seizoen puntenverlies geleden, nadat de Rotterdammers aanvankelijk de leiding hadden genomen. Dat de defensie van Feyenoord, die volledig uit internationals bestaat, al 24 tegentreffers heeft geslikt, zou Koeman ook zorgen moeten baren. Als Feyenoord na de winterstop het aantal tegengoals niet stevig terugdringt, dan is het kansloos op de titel.

Titelkansen: 10%. Eigenlijk lijkt Feyenoord in niets op een titelkandidaat. Van de bovenste vier teams scoren de Rotterdammers het minst, krijgen ze het meeste tegen, hebben ze de minste punten en verloren ze het vaakst. Alleen een geniale tweede seizoenshelft van Pellè kan Feyenoord enige hoop geven op de eerste titel sinds 1999.

Met een kleine bijdrage van Nikos Overheul (@noverheul). Data via Opta.

About Pieter Zwart

Pieter is naast eindredacteur bij Catenaccio ook bureauredacteur bij Voetbal International. Hij is al vanaf het begin betrokken bij Catenaccio. Pieter richt zich vooral op financiële en tactische analyses, maar schrijft ook andere onderzoeksartikelen. Volg Pieter op Twitter | Meer artikelen van Pieter