Analyse: Acht manieren waarop het beter kan

Zelden heeft het Nederlands elftal zo zuur verloren als in de openingswedstrijd tegen Denemarken. Het was geen fijne avond voor de Oranje-supporter. We moeten nu winnen van Duitsland, en het liefste ook van Portugal, om door te gaan. Woensdag moeten er een aantal dingen beter. Catenaccio verzorgt Bert van Marwijk alvast een voorzet op maat en biedt hem acht manieren waarop het beter kan.

Bert van Marwijk hoeft niet te wanhopen. Het kan beter.

1. Afronden

Bondscoach Bert van Marwijk vond dat het Nederlands elftal goed gespeeld had. Er waren volgens hem veel kansen gecreëerd. Hij wees daarbij op de schoten van Oranje, maar liefst 32 stuks. Wat hij er niet bij vertelt, is dat het merendeel van die schoten kwalitatief slecht was. Steeds als Oranje de aanval inzette en bij de zestien van de Denen aankwam, werd er gekozen voor een schot vanuit een moeilijke positie. De keren dat dat niet gebeurde, raakte Robben de paal, legde diezelfde Robben af terwijl hij zelf moest schieten, en gleed Van Persie twee keer weg op het veel te lange gras in Charkov. Oh, en die twee handsballen natuurlijk, waarvan de laatste wel erg duidelijk was. Edgar Davids feliciteerde na afloop het Deens handbalteam met de overwinning. Maar laten we het niet op de arbitrage steken. Slechts vijf van de 32 schoten waren op doel. Dat is schandalig laag.

FC Fosko zong het een aantal jaar geleden al: “Die bal moet in het net. Verpruts het niet. Die bal moet in het net.” Dat is de  eerste les die Nederland moet trekken uit het duel tegen Denemarken.

 

2. Egoïsme

Oranje heeft de nederlaag aan zichzelf te wijten. Als de spelers, inclusief aanvoerder Mark van Bommel, voor eigen succes gaan om de wedstrijd op hun eentje te doen kantelen, dan heeft dat vaak een negatief effect op de teamprestatie. Lionel Messi deed het gisteren (voor tweederde althans) ook niet alleen. Enkel Wesley Sneijder speelde in het teambelang, constant zoekende naar de vrije man in de aanval. Hij had enkele prachtpasses, 97 balcontacten, en zette maarliefst tien (!!) keer een medespeler vrij in de zestien. Een record. En hij werd maar één keer van de bal gezet. Onze generaal is terug. Maar de rest is te egoïstisch. Dat moet beter als we van Duitsland willen winnen.

3. Robben

Ondertussen was Arjen Robben volgens internet de schlemiel van de wedstrijd, alweer. Kampioen in eigen hoofd noemde Nico Dijkshoorn het. Daarbuiten moet hij het nog steeds bewijzen. Laten we eerlijk zijn, hij faalde gisteren opzichtig. Stijf links, en toch steeds denken dat het naar binnen trekken effect gaat hebben. Dan zover doorlopen totdat je een mêlee van verdedigers tegenkomt, en dan maar paniekerig richting het doel schieten. Hij deed het zes keer, en slechts eentje ging er op doel. Nou ja, en eentje op de paal.

Het wordt nog erger voor Robben. In de tien kwalificatieduels zonder onze linkspoot, had Oranje geen last van zijn absentie. Oranje won er negen van de tien, en scoorde 37 goals. In de tien wedstrijden die hij sindsdien wel meedeed, won Oranje er acht, maar scoorde het slechts 17 keer. De statistieken ondersteunen het beeld van het misbruiken van Robben op rechts dus. Laten we hem tegen Duitsland uit de basis? Of zetten we hem op links?

4. Druk zetten

Iedereen die Denemarken de afgelopen jaren aan de slag had gezien, weet het: als je de verdediging onder druk zet, dan leveren ze de bal zo bij je in, met grote kansen tot gevolg. Oranje leek ook gekeken te hebben, want in het eerste kwartier wisten ze de Denen uitstekend vast te zetten. Zelfs controleur Mark van Bommel zette tot diep op de helft van Denemarken druk.

In de openingsfase maakte Nederland het voetballen onmogelijk voor Denemarken

Daarna liet Nederland deze intenties echter makkelijk varen. Johan Cruijff zei het al: “Het is de kunst om een slechte voetballer ook slecht te laten voetballen.” Die kunst verstond Oranje na het eerste kwartier niet meer. De spelers van Denemarken kregen zeeën van tijd en dus konden ze hun tekortkomingen makkelijk maskeren. De Duitse en Portugese verdedigers zijn ook niet de beste voetballers op aarde, dus Van Marwijk kan maar beter even werken aan de pressing van zijn elftal.

Naar verloop van tijd kregen de Denen zeeën van tijd en ruimte

5. Veldbezetting

Het voornaamste probleem bij Nederland is dat het elftal eigenlijk uit twee delen bestaat. Het voorste deel dat wil aanvallen en speelt ver naar voren, terwijl het achterste deel vooral angstig is en alsmaar achteruit loopt. Zelfs in balbezit durven ze amper de middellijn over te komen. Hierdoor wordt het veld enorm lang en moeten spelers enorme ruimtes bestrijken. Dat is naar verloop van tijd niet meer te belopen en daarvan profiteerde Denemarken optimaal.

Tussen aanval en verdediging zit bij Nederland een gat van tientallen meters. Er zijn maar twee linies: aanval en verdediging. Hopeloos ouderwets.

Het bovenstaande plaatje illustreert het Nederlands elftal bij balbezit. Achter de vier aanvallers is een enorm gat. De backs durven nauwelijks op te komen, terwijl hun buitenspelers constant ver inzakten om rugdekking te verlenen. Er lag dus alle ruimte. De controleurs liepen de gehele wedstrijd maar wat te lanterfanten in de middencirkel. Mark van Bommel kwam geen enkele keer in het strafschopgebied, Nigel de Jong enkel bij dode spelmomenten.

Doordat de verdedigers en controleurs niet aansluiten, is het makkelijk onder de Nederlandse druk uit te komen

De twee blokken waarin Oranje verdeeld is, braken de ploeg vooral op bij het drukzetten. Keer op keer wisten de Denen zich onder de lichte druk vandaan te spelen, omdat de verdedigers inzakten, terwijl de aanvallers op pressing speelden. Doordat de defensie ook nog achteruit liep, werd het veld enorm lang. De basisregel is echter: maak het veld klein uit balbezit, anders help je jezelf in de problemen. Daar heeft Nederland echter geen kaas van gegeten.

Wat de veldbezetting betreft vertellen de onderstaande twee afbeeldingen waarschijnlijk het hele verhaal. Kluitjesvoetbal dat je bij de F9 van Flevo Boys nog niet eens ziet en een geheel verlaten middenveld.

Acht man in een zeer kleine ruimte, maar de bal is aan de andere kant. Schrijnend.

Gezocht: Middenveld

6. Opbouw

De opbouw was tegen Denemarken ook niet om over naar huis te schrijven, maar dat is inherent aan het systeem dat Nederland hanteert. De twee centrale verdedigers kunnen de bal alleen horizontaal of verticaal spelen, terwijl je een bal het best diagonaal kan spelen, omdat je dan ruimte hebt om driehoekjes te maken en een man vrij te combineren.

Centraal op het middenveld is helemaal niemand te vinden.

Bovenstaande afbeelding is kenmerkend voor de opbouw van Oranje. Eriksen dekte uit balbezit door op centrale verdediger Heitinga, waardoor er centraal voor de defensie een enorm gat ontstond. Als je daar een goede middenvelder inspeelt, dan kan deze opendraaien en de oplossing naar voren zoeken en ben je onder de druk uit. Bij Nederland staat daar echter niemand, waardoor ze gedwongen worden een lange bal te spelen.

De backs schuiven niet op, waardoor een fatsoenlijke opbouw onmogelijk wordt.

Zelfs wanneer één van de verdedigende middenvelders inzakte tussen de twee breed staande verdedigers, verviel Nederland in beginnersfouten. Essentieel is dat in deze situatie de backs naar voren stormen, waardoor er ruimtes gaan ontstaan en het gat naar de aanvallers gedicht kan worden. Nu blijft Nederland achterin hangen, waarna de bal keer op keer werd ingeleverd bij de Denen.

7. Punt naar achteren

Als Nederland wil winnen van Duitsland, wat ons vanzelfsprekend lijkt, dan doen we er goed aan te beginnen met de punt naar achteren. Net als Denemarken speelt Duitsland vanuit een 4-2-3-1 systeem. Tegen de Denen stond Van Bommel op de aanvallende middenvelder van Denemarken, Christian Eriksen, waardoor Nigel de Jong in feite geen directe tegenstander had en Wesley Sneijder juist constant twee man in zijn nek had. Dat is geen ideale situatie. Daarnaast hebben we al gezien dat de huidige formatie zowel de opbouw als het druk zetten bemoeilijkt.

Ga dus gewoon met de punt naar achteren spelen, met een vaste mandekker op Özil. Door het systeem schuif je automatisch verder door naar voren, waardoor de ruimtes op het middenveld niet meer zo immens zijn. Daarnaast is het in een wedstrijd van de waarheid heerlijk om gewoon vaste koppeltjes te hebben op het middenveld. Directe confrontaties. Gevechten van man tegen man. Dat is de manier om de wedstrijd van woensdag te benaderen.

8. Diepte

Mocht Van Marwijk niet van plan zijn de strijdwijze te veranderen, dan kan hij op zijn minst zijn spelers te adviseren vaker zijn aanvallers in de diepte te zoeken. John Heitinga plaatste tegen Denemarken twee keer een bal achter de verdediging en dat werd beide keren levensgevaarlijk. Tegen het weinig wendbare Duitse centrum zal dat niet anders zijn.

Crosspasses zijn een onderdeel van de Nederlandse voetbalcultuur en met Heitinga hebben we ook nu weer een speler in huis die deze ballen kan geven. Maak er dan ook gebruik van. Dat bevordert de variatie in de aanvalsopbouw.

Nu zorgt slechts Sneijder voor verrassing. Hij is daarmee de levensader van het elftal, maar je hele systeem afstellen op de grillen van Sneijder is ronduit onverstandig.

Geschreven door: Gino van Montfort en Pieter Zwart

 

About Pieter Zwart

Pieter is naast eindredacteur bij Catenaccio ook bureauredacteur bij Voetbal International. Hij is al vanaf het begin betrokken bij Catenaccio. Pieter richt zich vooral op financiële en tactische analyses, maar schrijft ook andere onderzoeksartikelen. Volg Pieter op Twitter | Meer artikelen van Pieter