Ajax is een hardnekkige ezel

Gisteren werd bekend dat hoofd opleidingen Wim Jonk niet langer aanschuift bij het technisch hart-overleg van Ajax. Simon Zwartkruis zette feilloos uiteen op welke punten Jonk recht tegenover Marc Overmars, Dennis Bergkamp en Frank de Boer is komen te staan. Het grootste knelpunt is misschien wel het falende aankoopbeleid bij het eerste elftal. Wat Overmars en consorten willen is inmiddels wel duidelijk, maar wat willen de opleiders op De Toekomst eigenlijk? Het antwoord op die vraag ligt besloten in Plan Cruijff.

Ruben Jongkind (hoofd talentonwikkeling) en Wim Jonk (hoofd jeugdopleiding) werken op De Toekomst aan de uitvoer van Plan Cruijff.

Ruben Jongkind (hoofd talentonwikkeling) en Wim Jonk (hoofd jeugdopleiding) werken op De Toekomst aan de uitvoer van Plan Cruijff.

Stopcontact

Het aankoopbeleid is al tientallen jaren een groot probleem bij Ajax, een gegeven dat in interne onderzoeken ook steeds naar voren komt. Zo werd in het Rapport Coronel in 2008 geconcludeerd dat Ajax moest stoppen met het doen van breedteaankopen, omdat de Amsterdammers zich op die manier steeds dubbel in de vingers sneden. Er wordt geld over de balk gesmeten en tegelijkertijd blokkeren breedteaankopen de weg naar het eerste elftal voor jeugdspelers. ‘Spelers die worden aangetrokken moeten bepalende/dragende spelers zijn of jonge talentvolle spelers’, luidde de conclusie.

Billy Beane, die door een uitgekiend aankoopbeleid met de Oakland A’s de honkbalwereld op de kop zette, verbaasde zich enkele jaren geleden in Hard Gras al over de manier waarop Ajax spelers werft. ’Als je steeds je vingers brandt als je ze in het stopcontact stopt, stop ze er dan niet meer in.’ Als Ajax op zoek gaat naar volwassen spelers koopt het slecht in. ‘Dus steek het geld in jonge spelers. Dat is hun specialiteit.’

Toch blijft de hunkering van Ajax-bestuurders naar het stopcontact groot. Met Derk Boerriger, Dimitri Bulykin, Theo Janssen, Jasper Cillessen, Lasse Schöne, Tobias Sana, Niklas Moisander, Christian Poulsen, Ryan Babel, Bojan Krkic, Lerin Duarte, Nick Viergever, Diederik Boer en Niki Zimling werden sinds de fluwelen revolutie fluwelen revolutie veertien volwassen (22 jaar of ouder) spelers aangetrokken, de succesnummers zijn echter op de vingers van een hand te tellen.

Trainer Frank de Boer werpt zich desondanks op als verdediger van dit beleid. Zondag was hij in Studio Voetbal de mening toegedaan dat Van der Hoorn nuttig was als back-up voor Veltman. ‘Duur? Nou en? Wij willen toch meedoen om het kampioenschap en Europees.’ Op het moment dat de mandekker werd aangetrokken was hij al even duidelijk geweest. ‘Ik ben liever overbezet dan onderbezet.’

Hedgehog-concept

Die visie op breedteaankopen contrasteert sterk met de visie die werd uitgedragen in Plan Cruijff, dat in theorie de leidraad is voor het voetbaltechnisch beleid van de club. In Plan Cruijff werd voor de casus Ajax een antwoord geformuleerd op de vraag die iedere voetbalclub zichzelf stelt: ‘Hoe word ik succesvol en hoe behoud ik dat succes op de lange termijn?’

Bedrijven houden zich bezig met datzelfde vraagstuk. In 2001 slaagde onderzoeker James Collins er in zijn boek Good to great in te verklaren waarom sommige bedrijven groots worden en andere niet verder komen dan goed. Na vijf jaar keihard gewerkt te hebben met een groot team van onderzoekers vond hij de beslissende factor: bedrijven die over een periode van vijftig jaar succesvol blijven, onderscheiden zich door een hedgehog-concept.

Zoals een egel in staat is te overleven door zijn stekels hebben die bedrijven stuk voor stuk hun eigen overlevingsstrategie. Een hedgehog-concept bestaat uit drie cirkels die elkaar overlappen. Waar raak ik door geïnspireerd (passie)? Waar kan ik het beste in de wereld in zijn (kwaliteit)? Hoe verdien ik mijn geld (driving resource)?

Bij de totstandkoming van Plan Cruijff stelde een groot aantal Ajacieden zich in feite dezelfde vraag en het antwoord was glashelder: het primaire proces van Ajax is het opleiden van spelers. De schuld voor zeven magere jaren werd niet gelegd bij de jeugdopleiding, maar iedereen was het erover eens dat de levensader van de club de sleutel naar nieuwe successen was. Ajax is gepassioneerd door het opleiden van spelers en het kan daar ook de beste van de wereld in zijn, zo blijkt uit cijfers van de CIES dat geen enkele opleiding op dit moment zoveel spelers voortbrengt. Om over geld nog maar te zwijgen, de verkoop van jeugdspelers bracht alleen in de afgelopen vijf jaar al circa negentig miljoen euro op.

Een logisch gevolg van de constatering dat het opleiden van spelers het primaire proces bij Ajax is, is dat ook de middelen daarop gericht dienen te worden. Het budget van de opleiding werd in de afgelopen seizoenen weliswaar opgeschroefd, maar het was bevreemdend dat vorig jaar zomer niet de totale gevraagde budgetverhoging vrijgemaakt kon worden voor De Toekomst. Terwijl het daarna geen probleem was om miljoenen uit te geven aan Diederik Boer, Niki Zimling en Nick Viergever. Dat maakte duidelijk dat niet iedereen bij Ajax op de lijn-Cruijff zit.

Analyse

Dat blijkt ook uit de manier waarop het aankoopbeleid vormgegeven wordt. De clubvisie is in theorie glashelder: Ajax zet in op de eigen jeugd en vult die waar nodig aan met jongens van buitenaf die écht iets toevoegen. ‘Maar zo min mogelijk’, benadrukte Jonk tegenover Voetbal International. ‘Breedteaankopen doen we hier niet meer. Dan kiezen we altijd voor eigen spelers.’

Het aankoopbeleid dat voorgeschreven wordt in Plan Cruijff leunt op drie pijlers die voortvloeien vanuit de visie.

  1. Het halen van (jonge) spelers die aanmerkelijk beter zijn dan de eigen talenten

Wie het aankoopbeleid van Ajax sinds de beursgang analyseert, komt tot dezelfde conclusie als Billy Beane. De Amsterdammers zijn bedreven in het scouten en aankopen van jonge exceptioneel getalenteerde talenten die vervolgens verder gevormd worden. Sinds de beursgang verdiende Ajax veel geld met het aantrekken, ontwikkelen en verkopen van spelers tussen de zestien en achttien jaar, met name uit België en Denemarken. Voor voetballers die net volwassen waren bleek Ajax ook vaak een springplank naar de Europese top, maar wie gaat kijken naar spelers van 22 jaar en ouder treft een waar bloedbad aan. Wat dat betreft toont Ajax zich een hardnekkige ezel door opnieuw op zoek te gaan naar uitontwikkelde spelers.

Aankoopbeleid

Het is bijvoorbeeld voor Ajax op dit moment logisch om op zoek te gaan naar talentvolle linksbenige centrale verdedigers. Zowel in de A1 als in de B1 is op dat terrein weinig potentieel eerste elftal-materiaal voorhanden. In het ideale scenario speelt Ajax daar nu al op in, zodat wanneer Jaïro Riedewald vertrekt zijn opvolger al via de opleiding is klaargestoomd. Bovendien kan Ajax bij zestienjarige spelers door de reputatie van de opleiding concurreren met de Europese top, terwijl er geen volwassen speler te vinden is die Ajax verkiest boven Chelsea of Manchester City.

Daarnaast mag er best geïnvesteerd worden in kwaliteit, zoals eerder met succes bij Klaas-Jan Huntelaar en Luis Suarez gebeurde. Zo was er in de opleiding veel draagvlak voor de komst van Adam Maher om de leemte op te vullen die Christian Eriksen achterliet. Frank de Boer gaf echter openlijk aan Maher te duur te vinden en richtte zijn pijlen op Lerin Duarte. Om anderhalf jaar later wél de hoofdprijs te betalen voor Daley Sinkgraven.

  1. Het halen van ervaren spelers die jonge talenten bij de hand kunnen nemen.

Daarnaast herbergt de Ajax-selectie volgens de visie Cruijff altijd een aantal ervaren spelers (liefst oud-Ajacieden) die de jonge talenten bij de hand kunnen nemen. Een rol die Arnold Mühren vervulde aan het eind van de jaren tachtig en Frank Rijkaard bij de generatie van 1995. In de praktijk blijkt het echter lastig om ervaren spelers te vinden die sportief nog wat toevoegen. Zeker voetballers die geen affiniteit hebben met Ajax-voetbal zijn gedoemd om te mislukken. In de afgelopen jaren lukte het niet om prominente oud-Ajacieden te verleiden tot een terugkeer.

  1. Het verbreden van de kweekvijver door internationale samenwerkingen.

Internationale samenwerkingen zijn in de visie van Cruijff ook een goede manier om het aankoopbeleid vorm te geven. Door de kennis op het gebied van opleiden ook internationaal in te zetten kan Ajax de vijver waaruit het talenten vist vergroten. Ajax Cape Town kan voor internationale talenten de springplank zijn naar Europa, terwijl Trencin een ideale plek is om spelers van buiten de Europese Unie te testen zonder direct op te draaien voor de hoge salarissen.

Daarnaast kan Ajax bij Trencin en Ajax Cape Town spelers laten rijpen tot ze klaar zijn voor het eerste elftal in Amsterdam. Laatbloeiers kunnen bij de satellietclubs wennen aan het Ajax-voetbal en in het ideale scenario als ze begin twintig zijn de overstap maken. Manchester City en Red Bull werken al met een dergelijk model.

Vanuit de directie lijkt er echter minimale interesse te zijn voor deze samenwerkingen. Corné Groenendijk vertrok onlangs bij Ajax Cape Town en sindsdien wordt vanuit Amsterdam geen inhoudelijke bijdrage meer geleverd aan deze satellietclub. Ondertussen wordt er gezocht naar een verdediger die links in het centrum kan spelen, terwijl de achttienjarige Rivaldo Coetzee (rechtsbenig) op die plek veel indruk maakt in Kaapstad.

De samenwerking met Trencin bestaat formeel niet eens meer. De Ajax-directie heeft de tweejarige verbintenis met de Slowaakse club van eigenaar Tshen La Ling niet verlengd. Ondertussen stevent Trencin met een van de jongste elftallen van Europa af op de landstitel.

Procedure

Een ander hekel punt is de procedure die gevolgd wordt bij aankopen. Zowel in het Rapport Coronel als in het Plan Cruijff wordt duidelijk aangegeven hoe het voortraject bij een aanwinst eruit moet zien. Een speler wordt grondig gescout en geanalyseerd en vervolgens volgt een inhoudelijke discussie, waarbij de beoogde aankoop wordt afgezet tegen het materiaal dat al aanwezig is. Daarna wordt in overleg een besluit genomen. Oftewel: professionele besluitvorming.

Dat het in de praktijk heel anders gaat blijkt uit de manier waarop De Boer de besluitvorming beschrijft tegenover de media. Zo maakte Marc Overmars zijn interesse in Samuel Eto’o kenbaar door een SMS’je aan De Boer met daarin slechts de achternaam van de spits uit Kameroen en een vraagteken. Nadat Ajax met een kluitje in het riet was gestuurd, werd het contract van Kolbeinn Sigthórsson maar verlengd. ‘Hij heeft twee duels goed gespeeld. Ik heb het gevoel dat dit zijn jaar gaat worden’, aldus Overmars vervolgens op de Ajax-clubsite.

In dezelfde zomer besloten Overmars en De Boer op basis van een aanbeveling van bondscoach Morten Olsen Niki Zimling aan te trekken, was De Boer kwaad op Overmars vanwege de verkoop van Kenneth Vermeer aan Feyenoord en werd Arek Milik aangetrokken zonder breed draagvlak bij de scouting. Een paar maanden later kwam zonder overleg met René Stam – keeperscoördinator op De Toekomst – André Onana binnen en werd besloten in plaats van Niklas Moisander Stefano Denswil te verkopen, na een aantal mindere wedstrijden van laatstgenoemde.

Deze zomer wordt de focus opeens verlegd naar Zuid-Amerika, omdat uit de analyse van de selectie gebleken is dat Ajax ‘gif’ in het elftal mist. Nog niet zo lang daarvoor werd juist besloten om te stoppen met scouten in Zuid-Amerika, omdat Zuid-Amerikanen niet zouden passen in de cultuur en de speelwijze van Ajax.

Het geeft je op zijn zachtst gezegd niet de indruk dat er sprake is van professionele besluitvorming bij Ajax rondom aankopen. Zo drukt in contrast tot Plan Cruijff de hoofdtrainer een nadrukkelijke stempel op het aankoopbeleid en manifesteert Overmars zich als technisch directeur, een functie die juist bewust afgeschaft was. Misschien is het niet eens zo gek dat iemand hierover de noodklok luidt.

About Pieter Zwart

Pieter is naast eindredacteur bij Catenaccio ook bureauredacteur bij Voetbal International. Hij is al vanaf het begin betrokken bij Catenaccio. Pieter richt zich vooral op financiële en tactische analyses, maar schrijft ook andere onderzoeksartikelen. Volg Pieter op Twitter | Meer artikelen van Pieter