Ajax-Dinamo Kiev was op 7 Augustus al beslist

Het kon wel eens lastig worden voor Ajax, dat wist iedereen. Cadeautjes zoals PAOK Thessaloniki zaten er niet meer bij. Een zware tegenstander zoals Dinamo Kiev was dus te verwachten. De voormalig Sovjet-grootmacht (met 13 titels tot 1990 nog steeds recordhouder) en uiteraard de verreweg de grootste club van Oekraïne, nee, dat was zeker geen opluchting voor trainer Martin Jol. “Dit is de tegenstander tegen wie wij het liefst niet hadden gespeeld.”

20090528130208_jol_ajax

Anders was het bij Gazzaev. De Russische succescoach, die in Rusland meermaals alles heeft gewonnen wat er op Russisch grondgebied te winnen valt, was blij met de loting. Heel blij zelfs. “Dit is bij uitstek de gemakkelijkste tegenstander. Wat ben ik blij dat we zó gemakkelijk geloot hebben. Champions League is nu een feit.”

Wacht even … een enkele leuke partij hier en daar afgelopen jaren en een paar interessante spelers, onder wie de voormalige ster Andrij Sjevtsjenko, in principe altijd goed voor doelpunten tegen Nederlandse ploegen. Het laatste internationale succes van Kiev dateert al weer uit 1986. Ajax heeft sindsdien nog vijf keer op het hoogste podium gestaan, met respectievelijk alle bekers die internationaal gewonnen kunnen worden. De ster van Kiev is op zijn retour en de ster van Ajax is rijzende. En verder is Kiev de thuishaven van enkele dubieuze Brazilianen, volgens kenners talenten, maar van wie we hoogst waarschijnlijk nooit meer iets zullen horen tenzij Dinamo volgend jaar tegen Ajax, PSV of Feyenoord loot.

Een beetje terughoudendheid was misschien op zijn plaats geweest. Maar coach Gazzaev meende herhaaldelijk te moeten uiten dat zijn club doorging, op basis van kwaliteiten, historie, honger naar succes en vermogen. Als hij wist wie zijn volgende tegenstander in de poule was, had hij waarschijnlijk al gebruik gemaakt van de vroegboekkorting.

Ik was erg blij met zijn uitspraken en raakte ervan overtuigd dat Jol hier perfect mee om wist te gaan. Stiekem kroop Jol in de rol van underdog. Een positie waarmee gemakkelijker vrijuit gespeeld kan worden, waarmee druk anders neergelegd wordt en waarmee verwachtingen niet meteen de grondslag van een hypotheek vormen. Ook al weerklonk her en der de noodzaak om te winnen, want zonder het miljoenenbal zou Ajax overgeleverd zijn aan uitverkoop, toch hield men zich keurig op de vlakte.

Na de heenwedstrijd waren sceptici in Nederland inmiddels verdeeld. De onmogelijke opgaaf bood plotseling hoop op meer en ook hier bleef de rolverdeling exact zoals tijdens de loting. “Maar natuurlijk gaan wij alsnog door!” waren de woorden van Gazzaev, terwijl Jol voorzichtig bleef. Op Studio Sport op dinsdag en bij Studio Voetbal op zondag werden nog diverse pogingen gedaan om Ajax op andere gedachten te brengen. Ronald Koeman kon niet vaak genoeg benadrukken dat de fout in de verdediging te groot was voor dit niveau. Hij kon zich ook niet weerhouden om nogmaals de aankoop Oleguer te bekritiseren in dit verband, merkwaardige opmerkingen voor iemand die in die rol bij Ajax verantwoordelijk was voor aankopen zoals Sikora en tegelijkertijd Diarra niet goed genoeg vond.

Ajax had de media niet mee, maar ging hier uiterst professioneel mee om. Op zondag bij Studio Voetbal ging ook Tom van ’t Hek hier ook nog eens door, net zolang totdat hij letterlijk een klap voor zijn kop kreeg van Hugo Borst, die als eerste de opmerking plaatste: “Je kan ook gewoon zeggen dat uit 1-1 een prima resultaat is.”

En zo acteerde Ajax. Het sloot zich volledig af, trainde buiten het oog van de media, hetgeen vrij ongebruikelijk is voor Ajax, maar het wist op een perfecte manier om te gaan met de druk van buitenaf. En toen zat ik daar woensdagavond op de tribune. Een zenuwenwedstrijd, een mooie wedstrijd, veel sfeer en veel actie. En ook een mooie uitslag. Een uitslag die eens te meer bevestigt dat de Goden verzoeken een onverstandige roep is. Gazzaev kreeg zijn verdiende loon en Ajax ook. Mooier kan het eigenlijk niet.

Leuk voor het Nederlands voetbal dat we twee clubs hebben in de Champions League. Misschien wordt het wat, misschien hebben we er niets te zoeken. Het maakt mij in ieder geval niet zoveel uit wat Jol wel of niet roept als we straks Bayern Munchen loten, of Real Madrid. Of worst case, allebei. Ik denk dat Ajax in negen op tien wedstrijden tegen dit soort tegenstanders eenvoudigweg zijn meerdere tegenkomt. Dat heb je nou eenmaal als nieuwkomer op dit toernooi. Want als je zolang weggeweest bent, ben je al bijna geen oude bekende meer in deze wereld. Wel op affiche-niveau en daar moet Ajax het maar van hebben.

Als Louis van Gaal of Josep Guardiola onverwachts gaan roepen dat ze straks heel blij zijn met de loting als ze tegen Ajax moeten spelen, dan heb ik toch nog hoop. Maar ik verwacht dat deze mannen wat professioneler zijn en zich onthouden van dergelijke uitingen. Zij zijn niet voor niets de echte groten. Zij weten dat je een spelersgroep geen druk op kan leggen op deze manier. Maar dat geldt niet alleen voor een spelersgroep, dat geldt eigenlijk voor alles.

Als je als vader tegen anderen, over de schouders van je kind, zegt: “Mijn zoon haalt altijd een 10”, wat kan hij dan nog goed doen, het kan alleen nog maar fout gaan. Als je als verkoopleider zegt: “Mijn verkopers scoren elke deal”, waar moeten zij hun extra voldoening dan nog uit halen? Als de eigenaar van de loodgieterij zegt dat zijn medewerkers altijd foutloos werken, waar is dan de speelruimte voor het maken van schoonheidsfoutjes? Er is dan ook geen ruimte meer om verder te ontwikkelen. Als je als coach zegt: “Wij gaan zeker door…”, waar ligt dan de fout als de club toch niet door gaat? Hoe ga je spelers dan scherp stellen? Je kan vlak van te voren nog wel even roepen dat je respect hebt voor de tegenstander, maar dat zijn zalvende clichéwoorden die er niet meer toe deden. De druk lag al bij de spelers, het verwachtingspatroon was er al… de strijd was al gestreden.

Nee, vooraf roepen dat de strijd al gestreden is, is een mediablunder voor beginners. Des te zoeter smaakt ook de wraak, dus ik was er redelijk content mee. Het mediaoptreden van Gazzaev was een smakelijk schouwspel, opgediend als lekker visgerecht, want ook bij de NOS werd heerlijk gehapt; sommigen vergrepen zich op kostelijke wijze aan de beginnersblunder door Ajax vroegtijdig af te schrijven. Zelden heb ik zulke verse en rijpe ingrediënten mogen oprapen voor een managementcursus die ik in elkaar aan het zetten ben. Ik mijn managementcursus, waarbij ik de voetbalwereld steeds vergelijk met het bedrijf, waarschuw ik o.a. voor al te enthousiaste opmerkingen vooraf. Vooral in het hoofdstuk media. ‘Sell before you tell’ wordt wel eens geroepen in verkooptrainingen. En in een mediatraining wordt geroepen: ‘geef journalisten voer voor de pers’. Ik zal er aan toevoegen: Maar geef ze geen slachtvoer.

About Bjorn Heisterkamp

Björn Heisterkamp is auteur van De topmanager speelt 4-4-2 dat in april 2011 verscheen.