Ajax blijft weer achter

FC Utrecht leek aanvankelijk een makkelijke prooi voor Ajax in eigen huis, maar niets bleek minder waar. De Amsterdammers vervielen in dezelfde fouten als vorige week tegen Feyenoord. Een uitgebreide analyse aan de hand van wedstrijddata laat de onmacht van de Amsterdammers treffend zien. Net als in de rest van het seizoen stikte Ajax in het balbezit, maar met dit balbezit werd helemaal niets gecreëerd.

Sinds het vertrek van Martin Jol probeert Ajax zorgvuldig van achteruit op te bouwen, maar dat heeft tot gevolg dat Ajax alleen nog maar achterin blijft hangen. Ajax had verreweg het meeste balbezit rechts en achterin het veld. Anita was nota bene de speler die het meest bij het spel werd betrokken: hij verstuurde de meeste passen en had de meeste balcontacten van alle spelers op het veld.

Het was een logisch gevolg van een tactische keuze van Jan Wouters. Hoewel hij Utrecht in het begin druk had laten zetten, koos hij er bewust voor om Eyong Enoh vrij te laten. In balbezit brengt de Kameroener weinig creatiefs en dus kwam Ajax niet aan voetballen toe. De backs van Ajax werden tot de middellijn vrijgelaten, waardoor ook zij veel in balbezit kwamen, maar hier uiteindelijk niets mee bereikten.

De visualisaties in dit artikel zijn gemaakt met statistieken die beschikbaar zijn gesteld door Infostrada Sports.

De breedte van cirkel staat voor aantal verstuurde passes en de hoogte voor het aantal dribbels. De breedte van pijl staat voor aantal verstuurde passes van de ene naar de andere speler. Alleen als de bal relatief vaak van de ene naar de andere speler werd gespeeld, is zij als pijl weergegeven.

Als je kijkt naar de bovenstaande grafiek is het opvallend dat het hele elftal de bal graag bij Christian Eriksen bezorgt, maar Eyong Enoh weinig naar de jonge Deen speelt. Daarnaast speelt Enoh ook de bal niet vaak naar Janssen. Als de opbouw op een fatsoenlijke manier verloopt zou Enoh juist Janssen en Eriksen in stelling moeten brengen, maar dit gebeurt zelden. Andersom spelen Eriksen en Janssen ook zelden hun verdedigende middenvelder aan.

Daarnaast blijkt uit de grafiek ook de enorme moeite die Ajax heeft om de aanvallers te bereiken. Er gaan bijzonder weinig ballen richting de aanvallers en derhalve is het logisch dat Ajax moeite heeft om kansen te creëren. Als je de aanvallers niet bereikt, kunnen ze immers ook niet gevaarlijk worden.

Uit de hoogte en breedte van de bolletjes blijkt hoe vaak een speler dribbelt (hoogte) of passt (breedte). Hieruit valt op te maken dat Janssen zelden met de bal loopt, maar wel veel passes verzendt. Ook Van Rhijn loopt weinig met de bal. Enoh, Koppers, Anita, Blind en Eriksen lopen juist erg veel met de bal, wat de opbouw soms kan vertragen.

De fouten die Ajax maakte tegen Feyenoord, maakte ze weer tegen Utrecht. Vooral in de zone waarin Vurnon Anita en Ricardo van Rhijn actief zijn, had Ajax veel balbezit. In de zones waar Ajax normaliter uit zou moeten blinken, de zone kort achter de spits, is echter geen enkele beweging zichtbaar. Als je niet in de zone komt waar creatieve voetballers kunnen renderen, is het ook logisch dat er niets creatiefs uit het spel van Ajax voortkomt.

Bij FC Utrecht is het balbezit veel beter verdeeld over het veld. Sterker nog: als FC Utrecht de bal had, dan was dit vrijwel altijd op de helft van Ajax, waardoor ze direct gevaarlijk konden worden. Reden hiervoor was de doelman, die de ballen vaak lang naar voren speelde, waardoor de aanvallende spelers bij FC Utrecht ook de spelers zijn die het meest aan de bal zijn. In tegenstelling tot Ajax waar juist de verdedigende spelers aan de bal zijn.

Dit gebrek aan creativiteit blijkt ook uit het spel van de ‘creatieve’ middenvelders. Christian Eriksen (23%), Theo Janssen (37%), Nicolas Lodeiro (33%) en Siem de Jong (25%) speelden de bal maar zelden vooruit. Meestal volgde een inspiratieloze bal in de breedte of achteruit, waardoor het spel van Ajax teveel ging lijken op een brei. Reden hiervoor is dat ze de ballen niet kregen op een positie waar ze aanvallend gezien wat konden uitrichten. Ter vergelijking: bij FC Utrecht wist Nana Asare op een vergelijkbare posities veertig procent van zijn passes voor zich af te leveren.

Doordat de aanvallende middenvelders niet bereikt werden, kregen ook de buitenspelers maar weinig fatsoenlijke passes. Hierdoor konden zij aanvallend niets uitrichten. Ze kregen de ballen vaak van een back, met een directe tegenstander in de rug. Omdat ze ook nog met het verkeerde been op de flank stonden, konden ze moeilijk passeren. Ebecilio (6%) en Özbiliz (17%) speelden dan ook zelden een bal vooruit. Bij Sulejmani (63%) ging dit al een stuk beter, maar toen was het al te laat voor de Amsterdammers.

Ajax werd hierdoor zelden gevaarlijk. Ze kwamen niet verder dan zeven schoten, terwijl FC Utrecht op de tegenaanval negen keer een schot wist te lossen. Daarvan waren er slechts twee op doel, maar beide pogingen van Eduard Duplan belandden achter de grabbelende Kenneth Vermeer.

Qua passzuiverheid had Ajax, net als tegen Feyenoord ,een enorme voorsprong op zijn tegenstander. Vooral de verdedigers en verdedigende middenvelder Enoh haalden een hoog percentage geslaagde passes. Helaas voor Ajax waren hun passen meestal dus achterin. De aanvallers van de ploeg hadden,  in tegenstelling tot de verdedigers, een beroerde passzuiverheid – terwijl het juist zo belangrijk is om diep op de helft van de tegenstander controle te hebben over de bal en het spel.

Bij FC Utrecht hadden ze alle mogelijke moeite om de bal bij een ploeggenoot te krijgen, mede omdat ze vrij direct naar voren speelden. Nana Asare vormde echter een welkome uitzondering op zijn ploeggenoten. De middenvelder wist maar liefst 91% van zijn passes bij een ploeggenoot te krijgen.

Asare was sowieso de absolute uitblinker van FC Utrecht als je kijkt naar de statistieken. Hij won de vier duels die hij uitvocht en onderschepte ook nog eens zestien passes, wat geen enkele andere ploeggenoot lukte.

naam dribbels % duels gewonnen passzuiverheid passes onderschept
VELDWIJK 0% 100%
BLIND 5 50% 93% 16
ASARE 4 100% 91% 16
VERMEER 89% 3
ENOH 7 33% 89% 15
ANITA 5 100% 81% 17
KOPPERS 8 77% 11
RHIJN 2 76% 27
ERIKSEN 8 0% 74% 12
JANSSEN 100% 73% 3
SNEIJDER 0% 72% 8
FERNANDEZ 1 68% 14
LODEIRO 1 0% 67% 1
KALI 0% 63% 11
JONG 2 33% 61% 7
SULEJMANI 60% 3
SCHUT 1 100% 58% 13
MAAREL 1 50% 57% 15
EBECILIO 4 33% 55% 4
WUYTENS 1 54% 18
OZBILIZ 4 53% 3
GERNDT 8 100% 48% 7
BULTHUIS 2 100% 47% 11
DUPLAN 4 42% 14
DEMOUGE 33% 42% 5
BULYKIN 1 33% 2

Dit artikel werd geschreven samen met Thomas Boeschoten en Martijn Weghorst. 

Met dank aan Infostrada Sports voor het beschikbaar stellen van de data voor dit artikel. Volg ze op Twitter voor interessante sportstatistieken in het Nederlans en in het Engels.  

About Thomas Boeschoten

Thomas is uitgever van Catenaccio. Volg Thomas op Twitter | Meer artikelen van Thomas