Abramovich’s peperdure debuutjaar

Sinds Roman Abramovich in juni 2003 Chelsea overnam zijn er honderden miljoenen euro’s in nieuwe spelers gestoken. Toch was het team dat er voor Abramovich’ debuutseizoen al stond zo slecht nog niet. Nagenoeg alle nieuwe vedetten mislukten. Een terugblik.

roman-abramovich

Abramovich kijkt nog altijd tevreden toe

Oude clubhelden

Het Chelsea uit Abramovich’ debuutjaar bestond uit een hele behoorlijke selectie met enkele oude clubhelden. Greame Le Saux, Ed de Goey en Gianfranco Zola hadden de club die zomer verlaten, maar er was meer te bieden. Marcel Desailly (113 interlands voor Frankrijk) was wel oud, maar legendarisch. Mario Melchiot en William Gallas waren degelijke verdedigers, de jonge John Terry een rots in de branding. Doelman Carlo Cudicini had geweldige reflexen.

hasselbainkzola

Clublegende Zola en doelpuntenmachine Hasselbaink

Ook op het middenveld klinkende namen zoals ex-Ajacied Jesper Grønkjær, Emmanuel Petit en vooral: Frank Lampard, die dat seizoen bijna topscorer zou worden met 15 goals. De echte topschutter was aanvalsleider Jimmy Floyd Hasselbaink met 18 doelpunten. Ook zijn aanvalspartners waren niet de minsten: Eiður Guðjohnsen en Mikael Forsell.

De dragende spelers, zoals Cudicini, Terry, Lampard en Hasselbaink, had de club al in huis.

Geconfronteerd met nieuwe sterren

De oude clubhelden werden geconfronteerd met nieuwe sterren. Vedette Juan Sebastián Verón kwam voor 15 miljoen pond over van Manchester, maar speelde slechts zeven wedstrijden om vervolgens verhuurd te worden aan Inter. De transfer werd op plaats 11 genoteerd in de top 50 van slechtste Premiership-transfers ooit, samengesteld door de Times. Zijn landgenoot, de koele afmaker Hernán Crespo, kostte 16,5 miljoen pond maar dat was ook geen match made in heaven. Dertig wedstrijden en twaalf doelpunten verder vertrok hij voor een seizoen op huurbasis naar AC Milan.

cole-veron

Cole en Veron worden gepresenteerd door trainer Ranieri

Dat laatbloeier Hasselbaink in seizoen 03/04 opnieuw clubtopscorer werd mag een wonder heten, omdat hij naast Crespo ook nog eens concurrentie had van Adrian Mutu. Mutu scoorde echter slechts 10 doelpunten in 36 wedstrijden en werd het daaropvolgende seizoen ontslagen toen zijn cocaïnegebruik aan het licht kwam. De transfer van Mutu werd genoteerd op plek 22 in diezelfde top 50 van slechtste transfers.

Damien Duff werd losgeweekt voor de gelimiteerde transfersom in zijn contract, maar dat was nog steeds zo’n 17 miljoen pond, wat hem de duurste speler van die transferperiode maakt. Hij deed het aardig, maar had wel last van een blessure in zijn debuutjaar waardoor hij de cruciale wedstrijden in bijvoorbeeld de Champions League mistte.

Van de spelers die omgerekend allemaal meer dan twintig miljoen euro (!) kostten, was Claude Makélélé waarschijnlijk de enige topaankoop. Ranieri noemde hem de “batterij” van het elftal, want hij stelde zijn teamgenoten in staat beter te spelen. Het is dan ook een raadsel waarom Real Madrid, dat daarna lange tijd een goede stofzuiger ontbeerde, zo dom was de Fransman voor 16,7 miljoen pond te verkopen.

makelele

Makélélé, bikkelaar op het middenveld

Geremi, ook van Madrid, kwam voor zo’n 7 miljoen pond naar London. Ook hij speelde goed in het shirt van Chelsea dat seizoen. Voor de Rus Alexey Smertin werd 3,5 miljoen pond betaald, maar hij werd direct verhuurd.

Oog voor de toekomst?

Chelsea keek niet alleen naar vedetten, maar investeerde ook fors in talenten zoals Joe Cole, Glen Johnson en Wayne Bridge (samen goed voor twinting miljoen pond). Joe Cole was de enige die het echt gemaakt heeft bij Chelsea, Johnson daarentegen bezet met zijn transfer de 24e plek in de eerder genoemde hitlijst van slechtste transfers.

Scott Parker kwam na de winterstop over voor 10 miljoen pond, speelde 17 wedstrijden in het eerste en werd uitgeroepen tot Young Player of the Year. Een jaar en een blessure later had hij geen wedstrijd meer gespeeld en werd hij voor de helft van het aankoopbedrag verkocht aan Newcastle.

De oude garde trekt het elftal

Nu we alle noemenswaardige transfers op een rij hebben gezet kunnen we niet anders dan concluderen dat het de oude garde was die het elftal trok, en niet de nieuwe vedetten. Het eerste seizoen van Abramovich was een peperdure: niet alleen om de vele miljoenen die hij uitgaf, vooral om hoe hij ze uitgaf. De vele miskopen van Chelsea hebben de club miljoenen gekost.

terry-lampard-pa_1518892c

De oude garde is nog steeds onvervangbaar voor de club

Na de impuls van meer dan honderd miljoen pond bleven de resultaten uit. Claudio Ranieri werd ontslagen tegen het einde van het seizoen. Maar waren die resultaten wel zo slecht? In de competitie eindigden ze tweede achter een oppermachtig Arsenal, dat ongeslagen kampioen werd. In de Champions League schakelden ze Arsenal uit in de kwartfinales om vervolgens zelf te stranden in de halve finale tegen Monaco (3-5).

De lat werd hoger dan ooit gelegd en de club was voorgoed veranderd. Het nieuwe Chelsea was geboren.

About Thomas Boeschoten

Thomas is uitgever van Catenaccio. Volg Thomas op Twitter | Meer artikelen van Thomas