De Klassieker: We gaan ze pakken

De Klassieker komt eraan. Een wedstrijd waar het hart van menig voetballiefhebber sneller van gaat kloppen. Een vaderlandse traditie, doordrenkt met heldenverhalen en droevige aftochten. Als Feyenoorder is het iedere keer weer tegen beter weten in hopen op eerherstel. Ook nu weer. Maar ik heb er gek genoeg zin in.

Makkelijk was het niet de afgelopen jaren. Als de dag van gisteren herinner ik me het moment waarop Hedwiges Maduro ons stadion stil kreeg. Hedwiges fucking Maduro. De Nederlandse Peter Crouch. Draaicirkel van een DAF-truck, handelingssnelheid van een lijnbus. Zo’n voetballer deed ons toen de das om. Ik heb hem uitgescholden. Toen hij bij Valencia terecht kwam, heb ik gehoopt dat hij zou mislukken. Ik hoefde dat grote hoofd met die neus als een stofzuiger niet meer te zien. Hij kon de pleuris krijgen.

Vreemd is het, dat gevoel voor een Klassieker. Het is een mengsel van hoop, wantrouwen en angst. Het maakt je zenuwachtig. Ik slaap onrustiger. Nu helemaal. Ik heb er zin in.

We gaan ze pakken. Ik voel het. We hebben een trainer die bewezen heeft dat hij er in grote wedstrijden staat, en een elftal vol jonge honden die zijn opgegroeid met de melancholische aard van dit duel. Zij hoopten ook, als jongetjes, aan de hand van hun vader. Hun club ging toch wel een keer van die vermaledijde Amsterdammers winnen?

Niet dus.

Nu wel. We hebben eindelijk weer een team waar we trots op kunnen zijn. Geen derderangs buitenlanders die niets geven om de club en haar tradities, en alleen maar op het veld verschijnen om hun ‘zwaarverdiende’ salaris op te kunnen strijken. We hebben jongens uit onze eigen klei getrokken, gepokt en gemazeld, groot geworden met een ongezonde jaloezie richting de hoofdstad. Hun haat is onze haat. Ze zijn één van ons.

En we hebben een ‘Amsterdammer’. Je mag het eigenlijk niet zeggen, maar we hebben er een.

Onze Zweed. John Guidetti. De kop van een fotomodel, de allures van een filmster en de werklust van een havenarbeider. En hij kan voetballen. Man, wat kan hij goed voetballen. Hij weet het zelf ook. Hij is de beste. Zo gedraagt hij zich ook. Nooit met een valse bescheidenheid, gewoon recht voor zijn raap. Gevoel voor sentiment heeft-ie ook, onze bomber.  Zijn vuisten ballen als hij aan de rivaal denkt. Hij is één van ons.

We gaan winnen.

Al die teleurstelling, al die opgekropte frustratie en woede gaat eruit komen zondag. Onze jongens gaan zich het snot voor ogen lopen, Rotterdamse soldaten strijdend voor elke meter. Het veld in onze prachtige Kuip wordt omgetoverd naar een decor uit 1914, waar Ajax als Duitsers in de heuvels van Ieper tegengehouden wordt door ouderwets loopgravenvoetbal. Onze bomber fusilleert de netten van het vijandelijke doel tot drie keer toe. Waarom niet?

Ik heb er zin in.

Gerelateerde artikelen:

  1. Te groot voor het servet…
  2. Ajax-middenveld kan Cruijffs 4-3-3 niet aan
  3. Buitenlandse roep om erkenning

About Thomas Boeschoten

Thomas is oprichter van Catenaccio. Hij heeft supporter zijn voor een club afgezworen en juicht nu alleen wanneer het hem uitkomt. Thomas schrijft graag over voetbal en is daarnaast zeer geïnteresseerd in Nieuwe Media, wat hij dan ook studeert. Volg Thomas op Twitter | Meer artikelen van Thomas