Dankzij een galavoorstelling tegen San Marino en de nederlaag van Zweden in Hongarije mag het Nederlands elftal zich gaan opmaken voor het EK. Daarom mag het speculeren over de opstelling en de te volgen tactiek ook weer beginnen. Catenaccio doet alvast een duit in het zakje en adviseert Bert van Marwijk met klem met de punt naar achteren te gaan spelen. Een systeem waarin we meer topspelers kwijt kunnen en we ook nog eens beter tot voetballen komen.
Er zitten namelijk veel haken en ogen aan het huidige systeem van Oranje. De 4-2-3-1 werd vlak voor het EK 2008 uitgevonden door Marco van Basten. Overigens op een advies dat kwam vanuit de spelersraad. Zijn opvolger Bert van Marwijk nam het systeem klakkeloos over en het leverde op het WK 2010 bijna het gewenste resultaat op. Je zou zeggen dat deze succesformule niet gewijzigd moet worden, maar daar denk ik anders over.
Vanwege het systeem was er tijdens het hele WK geen sprake van een aanvalsopbouw van achteruit bij het Nederlands elftal. De bal werd zeer regelmatig lang gespeeld in de hoop dat de vleugelspelers er balbezit aan over zouden houden. In fases waarin het Nederlands elftal onder druk kwam te staan bleek deze tactiek echter een nadeel, aangezien de ploeg niet in staat bleek op balbezit te spelen. De reden hierachter is simpel: er waren voor de spelers in de achterhoede nooit afspeelmogelijkheden.
Als John Heitinga de bal heeft, dan heeft hij in feite maar twee opties. Rechtdoor inspelen op Mark van Bommel en breed spelen op Gregory van der Wiel. Wanneer de tegenstander met een linksbuiten speelt, valt de laatste optie af en als hij hem naar Van Bommel speelt, dan kaatst die terug op Heitinga en zit de verdediger weer met hetzelfde probleem. De enige manier om op te bouwen met twee controlerende middenvelders is de opbouw met een speler als Xavi of Bastian Schweinsteiger, die twee kanten op kunnen draaien en een fantastische pass in huis hebben. Nederland heeft echter geen controlerende middenvelder van dat kaliber.
Dat leidt tot de bovenstaande situaties tegen Slowakije. Nederland heeft een comfortabele 2-0 voorsprong en kan de wedstrijd op balbezit rustig uitspelen. Ware het niet dat er van opbouw geen enkele sprake is. In een tijdsbestek van een halve minuut zien we tot tweemaal toe Nederland de bal op een wilde manier naar voren werken, omdat er geen afspeelmogelijkheden zijn. In de slotfase kon hierdoor Slowakije nog de 2-1 maken en als die treffer iets eerder was gevallen, dan had Nederland het nog moeilijk kunnen krijgen.
Je hoeft maar een willekeurige wedstrijd van het Nederlands elftal op het WK terug te kijken en het valt je direct op: Oranje kan niet opbouwen. Neem even de voorbeelden hierboven tegen Brazilië. Of het nou John Heitinga die ingeschoven is en bij geen enkele middenvelder de bal kwijt kan of Nigel de Jong die in paniek moet terugspelen, omdat al zijn afspeelopties in de breedte van het veld liggen, maakt niet uit. Of neem een willekeurige doeltrap van Maarten Stekelenburg, die het hele toernooi al zijn ballen blind naar voren heeft geschoten. Het is allemaal niet het verzorgde voetbal, waarmee Nederland zichzelf op de kaart heeft gezet en waarin onze beste spelers zich thuis voelen.
Dan hebben we het overigens nog niet eens gehad over de verdedigende problematiek die ontstaat naar aanleiding van het systeem dat Nederland hanteert. Bij balverlies staat Nederland namelijk regelmatig één op één te verdedigen en dat is iets waarin onze defensie niet uitblinkt. Een willekeurige situatie uit de tweede helft tegen Slowakije onderstreept dat. De Slowaken hebben op het middenveld de bal en de Nederlandse verdedigers lopen allemaal achteruit en staan niet op één lijn. Hierdoor kon zelfs het zwakke Slowakije meerdere keren dwars door het hart van de Nederlandse defensie heenlopen.
Tijdens het duel met Brazilië in de kwartfinale kwamen alle problemen pijnlijk bij elkaar bij een doelpunt van de Brazilianen, dat wegens buitenspel werd afgekeurd. Bij de opbouw ging het weer eens mis, na een bal in de breedte van Nigel de Jong op Gregory van der Wiel. Brazilië onderschept en kan er meteen gevaarlijk uitkomen.
Wat volgt is een situatie waar het direct vijf tegen vijf is en Van Bronckhorst als verdediger in feite niets kan uitrichten, omdat hij zich mijlenver van de situatie bevindt. Met één goede combinatie staat Brazilië oog in oog met Maarten Stekelenburg.
De pass wordt echter net te laat gegeven, waardoor Brazilië uiteindelijk niet profiteert van de Nederlandse defensie, die weer eens niet op één lijn staat te verdedigen. Let overigens op de situatie met Robinho en Van Bommel. Aanvankelijk vormen de twee een koppel, maar Van Bommel is ondanks al zijn ervaring alleen gericht op de bal, waardoor Robinho uiteindelijk de bal vrij kon intikken. Het is de reden dat Marco van Basten het niet in hem zag zitten. Van Bommel is vaak teveel gericht op de bal en laat vervolgens zijn tegenstander uit zijn rug weglopen.
Een paar minuten later is het wel raak. Opnieuw begint het met de controlerende middenvelder (opnieuw Van Bommel) die zijn man wil doorgeven aan een centrale verdediger. Heitinga loopt vervolgens met zijn man mee het middenveld in, maar omdat Van Bommel uitstapt naar de bal kan hij zijn man niet overgeven. Gevolg was een gat in de defensie waar Robinho zonder moeite in wist te duiken; 0-1. Iets wat nooit was gebeurd als er een verdedigende middenvelder was geweest die de man van rechtsmid Van Bommel kon overnemen en Heitinga niet het middenveld in hoeft te lopen.
Dat Nederland wel degelijk met de punt naar achter kan spelen bewees het tegen Uruguay in de tweede helft. Met Rafael van der Vaart voor Demy de Zeeuw en Van Bommel als verdedigende middenveld kon Nederland voor het eerst sinds het WK opbouwen van achteruit. De spelers in de achterhoede hadden meerdere afspeelmogelijkheden en overal op het veld werden driehoekjes gevormd.
Het leverde de beste helft van Nederland op gedurende het WK, mede omdat het achterin ook een pak beter stond. In plaats van constant achterin achteruit te moten lopen speelde Nederland frank en vrij vooruit. De verdediging kon op de middellijn spelen, omdat dit keer niet iedereen een man had. Van Bommel kon de inzakkende spits opvangen, waardoor eventuele doorkomende middenvelders overgenomen kunnen worden door het centrale duo. Het was de succesformule die Nederland het hele WK had gezocht. Eindelijk zat er voetbal in de ploeg en was men niet meer afhankelijk van de individuele klasse van Arjen Robben en Wesley Sneijder.
Toevalligerwijs was de beste wedstrijd van Nederland in deze kwalificatie tegen Zweden, waar Nederland opnieuw met de punt naar achteren speelde. Nederland liet de bal het werk doen en bouwde van achteruit zorgvuldig op, in plaats van te kiezen voor de hopeloze lange ballen. Het leverde op een fraaie avond een 4-1 zege op, waarin Nederland vooral uitblonk in het eindeloze combineren en het gegroepeerd druk zetten.
Als Nederland Europees Kampioen wil worden dan doet Bert van Marwijk er verstandig aan deze lijn te volgen. Met de punt naar achteren kan Van Marwijk meer creatieve spelers opstellen, staat het elftal verdedigend sterker en is er ook nog eens een opbouw van achteruit mogelijk. Het bewijs leverde het elftal nota bene zelf tegen Uruguay en Zweden. Of de bondscoach het lef heeft zijn speelstijl daadwerkelijk aan te passen waag ik te betwijfelen. Zonde, want met de huidige 4-2-3-1 wordt Nederland geen Europees Kampioen in 2012.
Gerelateerde artikelen:













Met welke spelers zou jij dan willen spelen, zou jij Sneijder bijvoorbeeld een linie terugschuiven?
Ik zou spelen met het volgende middenveld:
De Jong
Sneijder-Van der Vaart
Wat een heerlijke analyse! Volgens mij is dit ook de manier om het EK te winnen. Laten we hopen dat Bert er net zo over denkt.
Vraagje: weet jij misschien nog meer sites waar je voetbal wedstrijden terug kan kijken?