Voetbalsprookje zonder happy end

Lang, lang geleden in een land hier niet al te ver vandaan, waren er eens twee voetballers. De jongste, Dominik Krhut, was een kleine, behendige vleugelspeler. De oudste, Vit Valenta, was een klassieke nummer ‘10’.  Beiden hadden maar één droom: slagen in West-Europa. Om dit te bereiken trokken ze zich terug, diep in de Twentse bossen. Daar vind je tot op de dag van vandaag een klein huisje. In de buurt ging het verhaal dat de twee voetballers een beetje de weg kwijt waren. Het verhaal gaat zelfs dat ze in het huis een rek hebben gemaakt met daarop veertig paar schoenen. Allemaal verschillende voetbalschoenen en wandelschoenen. Dat is ook wat ze de hele dag doen: voetballen, hardlopen en krachttraining. Dat kon niet goed zijn: achter deze twee jongemannen moest een verhaal schuil gaan.

De spelmaker Vit Valenta.

De spelmaker Vit Valenta.

Op een dag was er een journalist die een tipje van de sluier oplichtte. Hij mocht binnenkomen in het mysterieuze, kleine huisje. De bungalow met nummer 2. De jongens waren openhartig en vertelde over hun komst naar het Twentse bos. De ene werd gescout door PSV, maar kwam terecht bij Lommel. Toen die laatste club failliet ging, besloot hij volledig te gaan voor een kans in Nederland. De ander is een vleugelspeler, die aanvoelde dat hij geen kans ging krijgen in het fysieke Tsjechië. Hij ging naar het land van de vleugelspelers, Nederland, en kwam terecht in dit Twentse bos.

Een paar maanden later werden de twee opeens ruw van elkaar gescheiden. Valenta kon namelijk terug naar België. Khrut had hem nog gewaarschuwd: “Kun je niet beter wachten Vit?” Maar Valenta was onverbiddelijk geweest. Hij zal de nieuwe spelmaker van Cercle Brugge worden. Na een paar mindere wedstrijden zag de grote, boze trainer het echter niet meer in hem zitten. Na een jaar lang ploeteren, belde hij weer eens met Khrut: “Het gaat helemaal niet goed, Dominik”, weende de ongelukkige Valenta. “Ik kom totaal niet aan de bak hier. Ik wil weg.” Khrut gaf hem echter de volgende wijze raad: “Jouw kans gaat komen Vit, dat weet ik zeker.”

Valenta kreeg ook de kans in de voorbereiding, maar in de eerste wedstrijd verpeste hij het. Een paar maanden later werd hij ontslagen, na een vermeende contractbreuk. “Nu zitten we allebei zonder club”, wist ook Khrut te vertellen. Valenta zweeg alleen en liet zijn voeten spreken. Langzaam verloor hij zijn oude vriend uit het oog. FC Volendam was zijn nieuwe droom en daarvoor moest alles wijken. Opnieuw wist Valenta het echter niet waar te maken. Daar zit hij dan, zonder vrienden en na dit seizoen opnieuw zonder baan. Zijn droom was groot, zijn inzet was groot, maar het was niet voldoende. Plots herinnerde hij zich zijn teamgenoot bij HSC’21 en hij vroeg verlof aan bij de clubleiding. Die liet hem gelukkig maar al te graag vertrekken en hij ging, op zoek naar zijn oude vriend.

Valenta in het shirt van Cercle Brugge.

Valenta in het shirt van Cercle Brugge.

Weken trok hij door zijn thuisland, zonder ook maar een spoor te vinden van Khrut. Uiteindelijk besloot hij terug te keren naar Volendam, maar eerst wilde hij nog een voetbalwedstrijd bekijken. De keuze viel op een wedstrijd van het nietige FC Viktoria Otrokovice, dat uitkomt in de vierde divisie. Daar zag hij plots op de linkerflank zijn vriend Khrut. Hij zoefde enkele malen op snelheid langs zijn man, maar Valenta besefte plots hoe goed hij het had. Hij klaagde steen en been over FC Volendam, dat zijn contract niet wilde verlengen. Ondertussen liep Khrut hier in de vierde divisie van Tsjechië. Zo slecht had hij het dus ook weer niet. Na de wedstrijd omhelsde hij Khrut kort, maar krachtig en fluisterde hem in: “Ik ga een nieuwe club vinden en ik ga slagen, voor jou Dominik.” Khrut kon een glimlach niet onderdrukken en wenste zijn vriend succes. Even waren beide blij en Valenta dacht: “Zolang ik leef, zou ik altijd blijven vechten voor mijn kansen en ik zou nimmer opgeven bij het bereiken van mijn doel.”

Khrut had jarenlang hetzelfde motto gehad, maar hij werd geremd door de minimumsalarissen, die golden voor Tsjechische spelers. Ook Valenta kampte met dezelfde problemen, maar hij was de talentvolste van de twee. De hardwerkende dromer Khrut werd keihard afgestraft voor zijn tomeloze inzet en ook Valenta vond nooit zijn ultieme beloning. Beiden zullen tot in de eeuwigheid geremd worden door onnodige regels en boze  trainers. Het sprookje van de jongens in het Twentse bos kreeg nooit een happy end. En als ze niet gestorven zijn, dan leven ze nog lang, maar lang niet zo gelukkig. De boze voetbalwereld had namelijk geen plaatsje over voor dit sprookje, helaas.

About Pieter Zwart

Pieter is naast eindredacteur ook fan van Ajax. Hij heeft een broertje dood aan louche zaakwaarnemers en foute voorzitters. Hij maakt er een sport van om ingewikkelde netwerken bloot te leggen en is onze financieel specialist. Pieter is al vanaf het begin betrokken bij Catenaccio. Hij is verreweg de jongste van ons team maar misschien ook wel de meest getalenteerde... Volg Pieter op Twitter | Meer artikelen van Pieter